Saturday 24 July

Door Martin Noordermeer o.m.i. – 

Priester worden
Pater Wim Joosten werd geboren op 7 maart 1933 in Babberich, een klein plaatsje niet ver van Duiven waar de paters Oblaten een klooster hadden. Vanuit dat klooster werden missionaire activiteiten ontplooid en werd het tijdschrift De Missiekoningin gedrukt en verspreid. Pater Wim van Kempen heeft daarin een grote rol gespeeld. Later kwam hij naar Suriname voor de Credit Unions, die hij samen met Piet Haarmans heeft opgezet. Babberich was toen een zelfstandige gemeente, maar is nu een deelgemeente van Zevenaar. Wim ging na de muloschool naar de kweekschool, want hij wilde onderwijzer worden. De kweekschool heeft nu een andere naam nl. pedagogische academie. In Suriname kennen wij het Christelijk Pedagogisch Instituut, het CPI.
Het was vlak na de Tweede Wereldoorlog toen Wim met zijn onderwijzersdiploma op zak zijn krachten ging geven aan het sanatorium bij Zevenaar waar hij aan kinderen met tbc lesgaf. Geleidelijk kwamen gevoelens om priester te worden naar boven; hij ging naar het seminarie in Duiven dat ondertussen een huis voor late roepingen was geworden. Tegenwoordig spreekt men niet meer van late roepingen maar van laat antwoord. Want God is altijd bezig mensen te roepen, maar ze antwoorden niet altijd direct en spontaan. Soms komt het antwoord op een later tijdstip. Daarom spreekt men van jongens met ‘een laat antwoord’ om priester te worden.

Naar Suriname
Na zijn klassieke vorming op het seminarie in Duiven vertrok Wim Joosten naar de Peel om in Evertsoord te beginnen met het noviciaat op 8 september 1960. In precies één jaar oftewel 365 dagen bekeek men of de jongeman geschikt is voor het kloosterleven. Tegelijkertijd bekeek ook de jongeman of hij zich wel thuis zal voelen in die congregatie. Op 8 september 2020 was pater Joosten 60 jaar verbonden aan onze congregatie. Dat is een bewijs dat hij er zich gelukkig voelde en wij vonden het fijn dat hij bij ons was. Een fijne, zeer gewaardeerde en beminde confrater was hij.
Hij werd op 17 september 1966 in zijn parochiekerk in Babberich priester gewijd door Mgr. J. Bluissen, de jong gewijde bisschop van De Bosch. Op 26 mei 1967 kreeg hij zijn benoeming voor Suriname. Samen met pater Rinus Nijsten arriveerde hij aan de Waterkant per schip op 7 oktober 1967, hij was toen 34 jaar jong. Van Mgr. Stephanus Kuijpers CSsR kreeg hij de benoeming voor de Fatimaparochie en werd er pastoor in mei 1970.

Operatie geslaagd
In 1972 werd hij ziek; hij vertrok in september voor een herstelperiode naar Nederland. In maart van het jaar daarop keerde hij terug en hernam zijn werkzaamheden in de Fatimaparochie. In september 1974 was er een nieuwe opflakkering van zijn longziekte, zodat hij dringend moest rusten.
Op 13 mei 1975 onderging hij een ingrijpende operatie aan zijn longen. Hij had zo’n rust en geloof dat de operatie gebeurde op 13 mei, de eerste verschijning van Maria aan de drie kinderen, Lucia, Francesco en Yacintha in Fatima, dat hij geheel gerust de operatiezaal werd binnengereden, wetend dat Maria alles zou doen slagen.
Diezelfde dag, 13 mei 1975 in de avondmis kon pater Noordermeer, die ondertussen van Mgr. Zichem de benoeming had gekregen om pater Joosten te vervangen in de Fatimakerk, meedelen dat hij een uur voor de avondmis van die 13e mei een telefoon had gekregen van de Oblaten in Nederland, dat de 5 uur durende operatie was geslaagd, dat alles heel goed en voorspoedig was verlopen.
Op 11 november 1975, enige dagen voor de grote dag van 25 november 1975, kwam hij terug naar Suriname. Zo kon hij het grootse gebeuren van de zelfstandigwording van Suriname op die 25e november van nabij meemaken.

Ziekenpastoraat
Vanaf het moment van terugkeer ging hij wonen op het kleinseminarie, gelegen naast de Alfonskerk, dat nu bekend staat als de Mantel. Hij werd fulltime belast met het ziekenpastoraat in de vier ziekenhuizen nl. het Academisch Ziekenhuis (AZ), het RK-ziekenhuis St.-Vincentius (RKZ), het Diakonessen ziekenhuis en het Militair Hospitaal.
In 1978 ging hij met verlof naar Nederland en aansluitend volgde hij een pastorale, klinische training, die hem volledig voorbereidde op het professioneel uitoefenen van de zorg voor de zieken. Zijn grote bijdrage is geweest het vormen en het blijven begeleiden van een grote groep vrijwilligers die samen met hem en onder zijn begeleiding meehielpen de zieken van de vele ziekenhuizen te begeleiden. Die groep bestaat nog tot op de dag van vandaag!
42 jaren heeft hij zich volledig ingezet voor de zieken in alle ziekenhuizen. Dag en nacht was hij bereikbaar:  waar hij ook was, altijd had hij zijn oproep-apparaat bij de hand om waar dan ook naar toe te gaan, ook al was het midden in de nacht. Hoe vaak hebben wij hem ’s nachts niet horen wegrijden om een zieke bij te staan in zijn laatste uren. Veel waardering ondervond hij bij de geneesheren, zusters, verpleegsters, de zieken zelf, maar ook de vele familieleden die om zijn zorg en aandacht vroegen. Een enorm welbesteed leven is hierbij afgesloten. Niet voor niets kreeg hij de onderscheiding van ere-orde van de Palm voor bewezen diensten aan land en volk van Suriname.

‘Mijn beurt’
Hij heeft nog een paar fijne, onvergetelijke jaren mogen meemaken aan de Brasaring op het Sekrepatoeproject samen met zijn confrater Gerard van Kempen en Tonny Muntslag, een van zijn eerste medewerksters die zo trouw was in het bezoeken van de zieken. Deze twee zijn hem voorgegaan; ze zullen hem hartelijk ontvangen in het hemels Vaderhuis.
Woensdag in de Goede Week, een uur voor aanvang van de Chrismamis ontving hij het sacrament van de zieken, heel bewust. Hij die zelf misschien wel 10.000 keer het sacrament van de zieken had toegediend was nu aan de beurt. Heel ontroerd hoorde ik hem zeggen: “En nu is met mijn beurt!”
Na deze viering bedankte hij iedereen persoonlijk voor hun vele blijken van liefde hem betoond. Het was geweldig en ontroerend dat hij zo bewust dat sacrament van de zieken had ontvangen dat hijzelf zo vaak had toegediend aan anderen!
R.I.P. Wim.