Sunday 24 January

God zij met ons Suriname!

Deze openingswoorden van ons volkslied geven de kracht aan ons Surinaams volk. Het is een voortdurend gebed dat God met ons zal zijn in onze angst en onze vreugde, in onze hoop en frustratie, in ons falen en onze successen. Wij allen verenigd in de IRIS geloven in een God, die onder verschillende namen wordt aanbeden, de schepper van hemel en aarde.

Suriname is in 1975 staatkundig onafhankelijk geworden na een lange en pijnlijke koloniale periode. Een periode die zich kenmerkt door de verovering van het land en de decimering van de inheemse bevolking. De koloniale periode heeft diepe sporen achtergelaten door de onmenselijke slavenhandel en slavernij. In 1863 kwam de afschaffing van de slavernij niet zozeer op grond van humanitaire maar op economische overwegingen. De schaduw van het slavernijverleden trekt door tot op heden waar wij ons nu pas goed bewust worden van de diepe wonden en de grove schendingen van de menselijke waardigheid. De periode van contractarbeid was niets meer dan wat Anton de Kom beschrijft als de moderne slavernij. Die periode bracht vele etnische groepen samen. De vraag hoe wij hier ook samenkwamen blijft in ons volkslied onbeantwoord, maar we weten dat het vaak onder vage voorwendsels gebeurde, dat er een verdeel en heers politiek achter schuilde. Echter in de diepe sporen van het kolonialisme hebben wij, ieder van ons vanuit zijn eigen godsdienstige traditie, zaden van hoop gezaaid. Die zaden ontkiemden langzaam in de vruchtbare klei van dit door God gezegend land, want God is met dit land Suriname.

God was met ons in die dagen van bittere armoede en ellende. Wij hadden grote gezinnen en bezaten niet veel maar de aarde was en is vruchtbaar en gaf ons te eten zoals een moeder ons te eten geeft. We hadden niet veel maar waren gelukkig, onze familiebanden waren sterk, hard werken en sparen was ons niet vreemd en het geloof in een goede God wees ons de weg in een bewogen geschiedenis. Een geschiedenis van onderdrukking maar ook van heldhaftig verzet. Een geschiedenis waarbij we worstelden met onze eigen identiteit. Wij schaamden ons soms voor onze eigen taal en cultuur omdat we de meesters wilden imiteren. Dank zij onze sterke geloofstradities werden we steeds eraan herinnerd dat we door de schepper gelijk geschapen zijn. Dat iedere mens een eigen waardigheid heeft en recht heeft op een eigen taal en cultuur en manier van aanbidden.
De schepper heeft in de schepping een enorme biodiversiteit gelegd en het is niet anders met de mens die divers doch gelijkwaardig geschapen is. In de wonderlijke goedheid van de schepper die in alles op mysterieuze wijze aanwezig is, wordt duidelijk dat alles met alles verbonden is in de wereld en het universum. Dat alles met alles en iedereen met iedereen verbonden is werd ons pijnlijk duidelijk door wake-up call van de Covid-19 pandemie. Deze crisis leert ons niet alleen dat we verbonden zijn met alles en iedereen maar vooral dat we verantwoordelijk zijn voor ieder schepsel.

Dit groeiend besef dat er maar één fragiele planeet aarde geschapen is waarbij alles met alles verbonden is doet ons opnieuw nadenken over de woorden onafhankelijkheid en zelfstandigheid. Het is goed dat Suriname staatkundig onafhankelijk is geworden. Deze onafhankelijkheid kwam niet te vroeg zoals sommigen beweren maar veeleer te laat in vergelijking met de overige landen die zich ontworstelden aan hun koloniaal verleden. Degenen die meenden dat het te vroeg was, deden dat tegen de achtergrond dat de verschillende etnische groepen nog niet waren uitgegroeid tot een hecht volk, dat de infrastructuur veel te wensen overliet en dat er nog geen sprake was van sociale rechtvaardigheid. Deze onevenwichtigheden brachten onzekerheid, twijfel en angst en hierdoor kwam er een ongekende migratiestroom opgang naar het, niet zonder ironie, genoemd moederland.
Maar God bleef met ons Suriname!

God was met ons Suriname ook in deze onzekere periode. Hoe hard wij soms ook tegenover elkaar kunnen staan, we weten elkaar ook altijd weer te vinden in een verzoenend gebaar zoals die symbolisch tot uitdrukking kwam in de omhelzing van de twee grote leiders uit die dagen meester Lachmon en premier Arron. Zoals bij de afschaffing van de slavernij, klonken bij de onafhankelijkheid ook weer de kerkklokken en werd er in alle gebedshuizen gebeden voor de vrede in ons land. Er was hoop op een betere toekomst. De hoop van God met ons Suriname!

We werden staatkundig onafhankelijk maar beseften al vroeg dat we een onbeduidend land waren temidden van een machtsstrijd tussen de supermachten die zich toen manifesteerden als het kapitalisme en het communisme. De woorden onafhankelijk en zelfstandig bleken maar zeer relatief te zijn. We werden interessant voor de rest van de wereld enkel vanwege onze goedkope grondstoffen en strategische geografische ligging. We werden meegesleurd in een in materialistische cultuur van overconsumptie en verspilling.

De natuurlijke rijkdommen en de beschikbare verdragsmiddelen dreven de regeerders van toen om grootschalige projecten te ontwerpen in de mijnbouw met een stuwmeer, een spoorlijn en havens. De kerken waarschuwden toen reeds dat materiële welvaart niet noodzakelijk meer welzijn voor de mens brengt. De waarschuwingen vanuit de godsdiensten dat grootschalige ontwikkelingsprojecten gebaseerd op enkel technologische en financiële mogelijkheden desastreus kunnen zijn voor bevolking werden in de wind geslagen. Een ontwikkeling gericht op materiële vooruitgang maar die voorbijgaat aan de aspiraties en geestelijke behoeften van een volk, loopt uiteindelijk vast. In de jaren zeventig was de wereld zich nog niet zo van bewust dat dergelijke megaprojecten enorme ecologische schade aanrichten en zelfs het leven van de mensheid kunnen bedreigen. De hoop bij de onafhankelijkheid belandde letterlijk en figuurlijk op een dood spoor. Wederom bleek hoe afhankelijk we waren van de grillen van de wereldeconomie als leverancier van goedkope grondstoffen. We mogen ons niet tweemaal aan dezelfde steen stoten, daarom roept de Interreligieuze Raad in Suriname op tot een integrale ecologie waarbij de zorg om het milieu samen moet gaan met de strijd tegen armoede en onrecht. Laat Suriname als klein land met een duurzame ontwikkelingsvisie groot zijn in de bescherming van de Amazone, een van de langen van de aarde. Zo is God met ons Suriname en de wereld!

De verspilling van geld, de onvolwassen beleving van de prille democratie, maar vooral de demotivatie bij de bevolking gaf een dekmantel voor een militaire coup in de jaren tachtig. De hoop onder de bevolking flakkerde even weer op maar de wrange vruchten van deze machtsovername werden spoedig duidelijk in een bloedige schending van de mensenrechten en plundering van de staatskas. Het resultaat van de militaire periode was onder andere een meedogenloze binnenlandse oorlog, erodering van het traditioneel gezag, een totaal verwoeste economie, een waardeloze munt, verwaarlozing van het onderwijs en gezondheidszorg, kapitaal vlucht, brain drain en een teloorgang van waarden en normen. Het werd een samenleving van overleven en de wet van de sterkste gold. Er kwam een pakkettenstroom op gang door Surinamers in Nederland om te kunnen overleven.
Het vast geloof in een rechtvaardige God en de strijd van organisaties zoals de organisatie voor Gerechtigheid en Vrede hield de bevolking op de been en deed opnieuw het verlangen ontbranden naar vrijheid en democratie. Tien jaren heeft het geduurd om uit het diep dal te klimmen en stabiliteit te vestigen waarop de economie verder gebouwd kon worden. God was met Suriname en ondanks alle politieke verwikkelingen, armoede en wanhoop bleek de bevolking een enorme veerkracht te bezitten.

Met het aanbreken van een nieuw millennium kende Suriname een decennium lang een gestage economische groei en herstel van de democratische rechtsstaat. De schepper heeft Suriname gezegend met enorme natuurlijke rijkdommen en gespaard van natuurrampen. Des te onbegrijpelijk is de ramp dat door slecht bestuur, verspilling en corruptie is aangericht in Suriname in de afgelopen periode. Door schade en schande wijs geworden ontkiemen weer de zaden van de hoop die in de diepe sporen van het onrecht werden gezaaid. Hoop is geen uitgestelde frustratie maar een goddelijke deugd. De goddelijke deugden geloof, hoop en liefde kunnen niet worden aangeleerd zoals rechtvaardigheid, prudentie, matigheid en moed maar zijn een pure gave van God. Die hoop komt vanuit een diep besef dat we geen bedelaars of een mislukte staat zijn maar trotse burgers die ons eigen huis op orde kunnen stellen. We zijn de familie in de diaspora erkentelijk voor overlevingspakketten maar we mogen geen wonderen van hen verwachten. We zullen zelf door de geïmporteerde zure appel heen moeten bijten of anders leren houden van sranan sani. Laat de eerste woorden van onze peuters zijn: Sranan sani na bun sani, immers ieder kind dat wordt geboren, is een bewijs dat God nog niet moe is van ons, maar met Suriname is.

Deze onverwoestbare hoop wordt ingegeven door de overtuiging dat God met Suriname is en zolang God met ons is, blijft de toekomst open. De viering van 45 jaar staatkundige onafhankelijkheid moet noodgedwongen sober zijn maar wij spreken de hoop uit en bidden dat bij de viering van het gouden feest wij dat weer uitbundig kunnen doen. Dat zal mogelijk zijn door hard werken en studeren, sober leven, offervaardigheid en dienstbaarheid. Het vertrouwen in de regering en de overheid dat zoek was in de afgelopen jaren moet herwonnen worden door transparant en voorspelbaar bestuur maar vooral door eerlijke en voorbeeldige leiders. En door te volharden in ons geloof dat God met ons was, met ons is en altijd met ons Suriname zal zijn!


De Interreligieuze Raad in Suriname:
I. Jamaluddin, Madjlies Moesliemien Suriname
K. Choennie, Bisdom Paramaribo
R. Bipat, Surinaamse Islamitische Vereniging
A. Ramcharan, Arya Dewaker
A. Gajadharsing, Sanatan Dharm Maha Sabha