Saturday 28 November

Godsvertrouwen

Wij verkondigen Gods woord en vandaag het verrijzenisgeloof altijd in een heel bepaalde context. De Surinaamse context is verschillend van China of Malta. Hoe ziet de Surinaamse context er vandaag uit en met welk woord zullen wij deze context typeren? Als ik goed en lang nadenk, dan kom op het woordje onmacht. Een dertig jaar geleden schreef Peter Sjak Shie al: "Op vele plaatsen in onze samenleving dreigt onheil en eenvoudige burgers kunnen weinig veranderen aan de sociale en economische situatie. Ze zouden het graag willen, maar het is zoals het is. Soms is onze reactie op dit verschil angstig, soms ook kwaad. Soms reageren we met spijt en soms met een zekere berusting: je kunt er toch niets aan doen; zij hebben de macht.” Dertig jaar later is er niets aan onze context veranderd, wel is covid-19 erbij gekomen. We hebben in Suriname pech dat een crisis wordt gevolgd door een grotere crisis, waardoor de vorige crisis maar gering lijkt. Wanneer we zo met crisis na crisis worden geslagen, dan vervallen wij in berusting. Maar, vroeg Peter Sjak Shie zich af: Is berusting wel op zijn plek? Moeten we leren leven met het verschil tussen een wereld zoals wij willen dat die is en de wereld zoals die feitelijk is? Is leven met dat verschil niet buigen voor onmacht? Zouden we dan misschien ook niet moeten spreken van een vorm van ongeloof? Dit zijn niet zomaar retorische vragen. Ze dwingen ons tot dieper nadenken over ons geloof en heel in het bijzonder het verrijzenisgeloof.

Onze seminarierector father Henry Charles had altijd ook dezelfde benadering. Hij gaf volgens de fenomenologische methode een accurate en volledige beschrijving van de werkelijkheid en plaatste daartegenover de ideale werkelijkheid. Je zou kunnen zeggen de werkelijkheid vanuit de mens gezien en de werkelijkheid zoals door God gezien. De rector eindigde dan quasi lachend: And now how do we get from here to there?

Duidelijk is dat we ons er niet bij kunnen neerleggen. Berusting is buigen voor onmacht en dat is een vorm van ongeloof. God heeft zich immers door de eeuwen heen laten kennen als een God van verdrukten, van armen en kleinen. Het is een God die Jezus heeft opgewekt uit de dood. We moeten blijven geloven dat Gods gerechtigheid te midden van ons is. Hoe kunnen wij uit de greep van de verlammende machteloosheid komen? Peter Sjak Shie stelt voor, in de lijn van de monniken, door een leven te leiden van zelfontlediging. Het gaat om een lange geestelijke weg om vrije mens te worden. Je moet leeg worden om je niet te laten beheersen door het verschil tussen hoe het is en hoe je zou willen dat het is. In feite moet je leren beseffen dat er geen enkele weg te identificeren is met de weg van God; zoals Jesaja in 55,8 zegt: Jullie wegen zijn niet Mijn wegen. Wanneer je dan helemaal leeg bent, dan kan God je vullen met Zijn kracht en met Zijn Geest. Je zult je dan moeten inzetten voor de zaak van de kleinen en de verdrukten. In heel de Bijbel komt steeds weer het rotsvaste vertrouwen dat we op God kunnen rekenen om ons te verlossen.

Maar betekent dit dat God zelf op aarde komt om de problemen voor ons op te lossen? Dat zou goedkoop en zweverig zijn. Ik denk dat als we over godsvertrouwen praten, we ook niet bedoelen dat God alle verantwoordelijkheid van ons afneemt en zelf maar het werk komt doen. Neen. We zullen zelf moeten analyseren. Wij zullen zelf aan de slag moeten, zelf plannen moeten maken, evalueren en bijsturen.

We weten allemaal dat de ongezonde situatie die we nu kennen niet in een handomdraai of bij toverslag zal veranderen. We geloven in de verrijzenis, maar dat wil niet zeggen dat er morgen schepen onze havens zullen binnenvaren met allerlei medicamenten en luxegoederen. Herstel is meestal een lange en langzame weg. Het is gemakkelijker iets af te breken dan op te bouwen. Het is gemakkelijker een leven te doden dan een kind tot volwassenheid op te voeden. In dat lange wachten kan ons godsvertrouwen gaan wankelen. Jezus brengt dat heel mooi onder woorden wanneer hij zegt: Mijn God, mijn God, waarom verlaat Gij mij? Het klinkt als onmacht en verlatenheid zoals ieder mens dat ervaart aan het begin van of midden in het lijden. Maar we moeten niet blijven steken in de openingswoorden van psalm 22 die Jezus bidt terwijl Hij stervende is aan het kruis. Met het bidden van psalm 22 op het kruis verkondigt Jezus juist Zijn godsvertrouwen. We zouden deze psalm deze dagen meer moeten bidden. Het is een psalm die de hele weg aflegt van hoe het nu is naar hoe het zou moeten zijn. Van het onheil dat er nu heerst naar heil waar God over alles heerst.

Duidelijk zal zijn, hoop ik, dat godsverlatenheid samengaat met godsvertrouwen. Wanneer we door de donkere tunnel van onmacht en dood zijn gegaan, komen we uit bij vertrouwen en leven. Het vraagt evenwel dat we ons door God laten gebruiken. Maarten Luther King beschrijft ook hoe hij door een donkere nacht vol angsten, twijfel en onzekerheid is gegaan. Hij hield vast aan God en bleef zich inzetten voor de kleinen en onderdrukten, en God bracht de overwinning.

In het evangelie van Pasen lezen wij hoe Maria Magdalena op de eerste dag van de week, het was nog vroeg in de morgen – het was nog donker – bij het graf kwam en zag dat de steen was weggerold. In Maria Magdalena zien wij wat godsvertrouwen werkelijk is. Ze begint naar het graf te lopen, terwijl het nog donker is. Ze heeft zich gewonnen gegeven aan een gevoel van onmacht. Ze is, terwijl het nog donker is, op weg gegaan naar de nieuwe dag. O ja, we willen allemaal de nieuwe dag zien, maar willen nog niet in beweging komen wanneer het nog donker is. Wanneer wij nog geen oplossing en nog geen licht zien. De wereld veranderen van zoals het is naar wat het moet zijn vraagt godsvertrouwen.

Godsvertrouwen maakt dat je de onmacht doorbreekt door stappen in de goede richting te zetten. Je zult merken dat Gods wegen niet jouw wegen zijn, dat wat onmogelijk leek mogelijk is. De steen voor het graf is weggerold. Nieuw leven is aangebroken. Het graf en de dood hebben Jezus niet kunnen vasthouden. Uit heel het evangelie blijkt dat de leerlingen geleidelijk aan tot dit geloof zijn gekomen. Zo is het ook met ons verrijzenisgeloof. Geleidelijk aan zien wij dat het God was die met ons is geweest en nieuw leven heeft gebracht.