Thursday 22 June

Preek bij de geedsdienst van 8 februari 2017Door de eerw. heer Esteban Kross 
in de Kathedrale Basiliek

Download hier de preek bij de gebedsdienst van 8 februari 2017

“Jullie zijn het zout der aarde; jullie zijn het licht in de wereld!”
Lieve vrienden, Jezus geeft aan dat God naar ons kijkt met verwachtingen, namelijk met
de verwachting dat wij als gelovige mensen, net als licht en zout een positieve uitstraling
hebben, en dat wij de diepgang van de inhoud van Gods Woord, en de waarden en
normen van Gods Woord echt telkens opnieuw in ons leven weer serieus overwegen èn
ons erdoor laten vormen.

“Jullie zijn het zout der aarde; jullie zijn het licht in de wereld!”
Aan de hand van deze indringende opdracht van Christus, wil ik met u nadenken over de
zeer gecompliceerde situatie van ons als Surinaams volk. Wij zijn hier vanavond
gekomen om met heel ons hart te bidden tot God voor ons geliefde land. Wij willen
zegen vragen, wij willen om Gods wijsheid en leiding bidden, en wij willen God smeken
om ons te leiden naar een toekomst waar er voor ons en onze kinderen en
kindskinderen een samenleving zal zijn die vredig en positief is. Maar wanneer Jezus
zegt “Jullie zijn het zout der aarde, jullie zijn het licht in de wereld,” dan herinnert Hij ons
eraan dat wij ook zelf veel zullen moeten doen, en daarover wil ik met u nadenken.

In heel de Bijbel – en eigenlijk geldt hetzelfde voor de andere grote godsdiensten van
onze Surinaamse samenleving– in heel de Bijbel vinden wij drie oerprincipes die leven
in God en die God aangeeft als de meest fundamentele waarden in zijn ogen.

Ten eerste is er dat begrip van recht: dat er tussen mensen en in samenlevingen
uiteindelijk recht moet geschieden. Recht is een soort cosmisch principe bij God. Recht
wil zeggen dat leugen of bedrog, of moord of onrecht niet ongestraft kunnen bestaan, dat
geweld aandoen aan anderen of mensen uitbuiten voor eigen belang en voordeel, nooit
onopgemerkt of zonder gevolgen blijven bij God, omdat God zelf de oorsprong en
grondslag is van het recht. Het duister kan eenvoudig niet blijvend bestaan naast het
licht. Het kwaad zal eenvoudigweg niet kunnen standhouden omdat God er is, en God is
zuiver.

Recht en rechtspraak, de waarheid boven water doen komen over wat er gebeurd is en
daarmee ook een oordeel formuleren over wie op welke wijze ergens bij betrokken
waren, is om die reden een fundamentele norm die God vraagt van iedere mens.
Zo hoorden we bijvoorbeeld in de tweede Schriftlezing uit Deuteronomium 16,18–20:
“Stel in alle steden die de Heer uw God u in uw stamgebieden zal geven, rechters en griffiers
aan, die zorg moeten dragen voor een zuivere rechtspraak. U mag de rechtsgang niet
beïnvloeden en niet partijdig zijn. U mag geen steekpenningen aannemen, want
steekpenningen maken het oog van de wijze blind en de stem van de rechtvaardige vals.

Zoek het recht en niets dan het recht. Dan zult u in leven blijven en mag u het land dat de
Heer uw God u zal geven, in bezit nemen.”

Recht is zo fundamenteel voor de cosmische bestaansorde, dat God in de eeuwen van het
Oude Testament steeds in Israël heeft laten profeteren dat de Messias, zijn Zoon, een
instrument in zijn hand zou zijn om recht te herstellen, en dus instument zal zijn in het
laatste oordeel over de mens. Bijvoorbeeld Jesaja 9,5–6: “Want een kind wordt ons
geboren, een zoon wordt ons gegeven. De heerschappij rust op zijn schouders. Men noemt
Hem wonderbare Leidsman, Goddelijke Held, Vredevorst. Groot is de macht en eindeloos de
vrede, Hij zal het stichten en onderhouden door recht en gerechtigheid.” Daarom bezingt
de psalmist in Psalm 72 de komende Messias als degene die recht zal doen geschieden
voor armen en misdeelden, en de messiaanse koning zal dat doen in naam van de
hemelse Vader, die door Maria in haar magnificat bezongen wordt als de God die onrecht
zal herstellen wanneer Hij in en door Christus zijn Rijk van liefde voltooit.

Dus als wij in de concrete situatie van Suriname zouden willen dat we gewoon niet meer
moeten spreken over wat er in de jaren tachtig gebeurd is aan geweld, lijden en dood,
dan zal dat gewoon niet lukken, omdat God de waarheid toch naar boven zal doen
komen en het recht toch aan het licht zal doen komen. Waarom? Omdat recht en
waarheid nu eenmaal onlosmakelijk deel zijn van de cosmische realiteit, van de
cosmische orde die in God de Schepper haar oorsprong en haar fundamenten heeft.
Daarom zullen waarheid en recht niet te stuiten zijn.

Het tweede oerprincipe in God is eerlijkheid. Eerlijkheid hangt nauw samen met
waarheid en met liefde voor de waarheid. Eerlijkheid heeft te maken met
rechtschapenheid, met geen dingen doen die het daglicht niet kunnen zien. Eerlijkheid
heeft te maken met oprechtheid, met doorzichtig zijn in je handelen, in je denken en
doen. Zo fundamenteel is eerlijkheid, dat in heel Gods Woord, eerlijkheid steeds als een
wezenlijke toetssteen wordt genoemd om waarlijk tot Gods Rijk te kunnen behoren,
want God is zuiver en heilig. In God is geen spoor van oneerlijkheid en zijn heiligheid is
nooit te verenigen met onoprechtheid, met corruptie of morele onzuiverheid.

Heel helder zei Jezus, de Zoon van God, daaromzojuist in het evangelie: “Jullie zijn het
zout der aarde. Maar als het zout zijn kracht verliest, waarmee zal met dan zouten? Dan
dient het nergens meer voor, dan om weggeworpen en onder de voet getrapt te worden.”
God vraagt van ons dat wij werkelijk de morele kracht opbrengen tot eerlijkheid en
rechtschapenheid. En juist op dit vlak, is er heel veel mis in Suriname. De scherpe
economische neergang is het gevolg van een steeds snellere escalerende corruptie in
vele delen van onze samenleving, en echt niet alleen bij de regering.

Eerlijkheid staat hoog in het vaandel van de godsdiensten van alle Surinamers, maar
steeds vaker is de werkelijke realiteit er één van oneerlijk geld, privileges, vergunningen
en gronden vergaren. Oneerlijkheid in bestuur, onoprechtheid in het beïnvloeden van de
koers ten gunste van eigen financieel gewin, onverantwoordelijk omgaan met ons
milieu, economische intriges en andere vormen van oneerlijkheid zijn de afgelopen jaren
steeds grotere vormen gaan aannemen, hebben steeds meer personen meegesleept in
een morele normvervaging en vormt de eigenlijke grond van de economische malaise
die op dit moment voor zoveel verpaupering en armoede zorgt. Het duister van
oneerlijkheid, onoprechtheid en corruptie knaagt aan het morele fundament van de
Surinaamse samenleving en vormt daarmee ook een ernstig gevaar voor het eeuwig heil
van hen die zich daarmee inlaten. “Jullie zijn het zout der aarde,” zegt Jezus, “Maar als het
zout zijn kracht verliest, waarmee zal met dan zouten? Dan dient het nergens meer voor,
dan om weggeworpen en onder de voet getrapt te worden.” Daarom bidden wij vanavond
ook om morele ommekeer, om een ethische bekering, dus om het terugkeren tot dat ene
oerprincipe: ‘eerlijkheid,’ dat net als het principe van ‘recht,’ nauw samenhangt met
waarheid en een liefde voor waarheid.

Maar er is ook ook nog een derde oerprincipe in God, die God ook ons mensen aanreikt
als een derde fundament voor het menselijke zijn, en dat is barmhartigheid. God
openbaart zich in heel de BIjbel als de God in wie er een wijze balans is tussen recht en
barmhartigheid, tussen aan de ene kant gerechtigheid en waarheid doen geschieden, en
tegelijkertijd in compassie en met goddelijk mededogen gedenken dat de mens
onvolmaakt is. Er zit een wezenlijke spanning tussen die oerprincipes van recht en
barmhartigheid, tussen aan de ene kant recht doen geschieden, waarheid openbaar doen
weerklinken en een rechtvaardige straf opleggen overeenkomstig het veroorzaakte
onrecht of de begane oneerlijkheid, en toch aan de andere kant die barmhartigheid, dat
verlangen van Gods liefde om toch te willen komen tot verzoening, tot een herstel van
verbondenheid, en tot nieuw leven met nieuwe kansen.

Deze spanning tussen recht en barmhartigheid is een wezenlijke spanning die wij niet
lichtzinnig of oppervlakkig moeten willen wegpraten of negeren. Deze spanning tussen
recht en barmhartigheid leeft in God, omdat God van beide oerprincipes de oorsprong is.
Deze spanning moet dus ook leven in mensen die serieus overeenkomstig Gods Woord
willen leven. Zo vinden wij in Jezus’ leer aan de ene kant instructies die voortkomen uit
die eerste twee oerprincipes van recht en eerlijkheid, en daarbij leert Jezus ons heel
helder, dat de keuze voor het slechte – als er geen oprechte bekering is– z’n gevolgen zal
hebben. Hij zegt bijvoorbeeld: “Ga binnen door de nauwe poort. Want wijd is de poort en
breed is de weg die naar de ondergang leidt; er zijn vele mensen die daarlangs gaan. Maar
hoe nauw is de poort en hoe smal is de weg die naar het leven leidt” (Mt. 5,13–14).

Maar tegelijkertijd spreekt Jezus ons ook over dat derde oerprincipe in God, namelijk
barmhartigheid. Zo zegt Hij in Lucas 6,35–36: “Heb je vijanden lief, doe wel en leen uit, en
verwacht daarvoor niets terug. Dan zal er een rijke beloning voor jullie zijn: je wordt
kinderen van de Allerhoogste, want ook Hij is goed voor ondankbare en slechte mensen.
Wees barmhartig, zoals jullie Vader barmhartig is.”

Recht, eerlijkheid en barmhartigheid. Is het niet slechts in een wijze balans van deze drie
waarden, dat wij blijvende zegen en toekomst kunnen vinden voor Suriname? Een
samenleving waar het deel van recht en gerechtigheid niet bespreekbaar mag zijn, of
waar er een vergeving wordt gezocht zonder dat de waarheid gesproken mag worden
over wat er gebeurd is aan onrecht of lijden, of als mensen gaan snauwen of geïrriteerd
raken zodra er gesproken wordt over de rechtstaat of de onafhankelijke rechterlijke
macht: dat alles zal geen toekomst hebben, omdat God daar geen deel van kan zijn,
omdat God een God is van recht. Het zou geen recht doen aan de realiteit van personen
die uit dit leven tenonder gingen in geweld en vijandigheid, die van 8 december 1982,
maar ook die van vele andere momenten van geweldpleging in die periode. Het zou ook
geen recht doen aan het stille lijden van vele Surinamers, die slachtoffers werden van
geweld in dorpen van ons binnenland, maar het zou ook geen recht doen aan het stille
lijden van Surinamers die zonen, broers of vaders in het leger hadden en die door het
geweld innerlijk zijn verminkt of die nooit meer levend terugkwamen. Het zou geen
recht doen aan de vertwijfeling van vele militairen en leden van commando’s en andere
gewapende groepen, of hetgeen zij moesten doen of uit zichzelf deden uiteindelijk wel
echt te rechtvaardigen is in Gods ogen. Maar ook dit: het is geen goed antwoord op het
geestelijk spiritueel lot van alle slachtoffers én alle daders, want het kwaad dat een mens
zaait is niet zomaar weg omdat je er niet meer over praat of het doodzwijgt. Het blijft
een spirituele realiteit die wij onder ogen moeten durven zien. Het kan alleen tot een
goed einde komen langs de weg van verzoening.

Daarom is barmhartigheid een geestelijke waarde die voortkomt uit het diepst van Gods
wezen. In de bijbel worden twee Hebreeuwse woorden gebruikt voor ons begrip
‘barmhartigheid. ‘Rachamim,’ dat voorkomt uit het Hebreeuwse ‘rechem,’ dat
baarmoeder, de moederschoot betekent. En ‘chesed,’ dat trouw betekent.
Barmhartigheid houdt in dat God trouw blijft zoeken naar nieuwe kansen om tot leven
te brengen wat door onrecht, door menselijke zonde en door het kwaad van
oneerlijkheid werd kapotgemaakt. Barmhartigheid houdt in dat God blijft zoeken naar
wegen om verzoening te brengen.

“Jullie zijn het zout der aarde; jullie zijn het licht in de wereld!” Het geloof heeft voor de
Heer dus ook een serieuze kant, geloof is niet vrijblijvend en gaat ook niet alleen over
zegen vragen over je geliefden, over de Heer prijzen met liederen en zijn genezing
zoeken voor de zieken. Dat is natuurlijk ook een wezenlijk onderdeel van het geloof,
maar Jezus leert ons dat de Vader ook van ons verwacht dat wij werkelijk het goede
doen, en het kwaad nalaten, en dan niet slechts met mooie woorden maar
daadwerkelijk, en dat wij het positieve, het inspirerende en het goede om ons heen
verspreiden zoals licht dat doet in het duister.

Maar Christus vraagt ook dat wij de innerlijke en morele kracht hebben van zout, zout
dat de kracht heeft om bederf te voorkomen, zoals wij bijvoorbeeld bij zoutvlees en
bakkeljauw kunnen zien hoe goed zout de kracht heeft om het bederf tegen te gaan. God
vraagt van ons om over de concrete moeilijke situaties van ons land en van het leven na
te denken en dan ook daadwerkelijk te handelen naar de waarden en normen van Gods
Woord: recht, eerlijkheid en barmhartigheid.

Hierin moeten we elkaar helpen, want het is niet gemakkelijk om dat wat over jaren is
scheefgegroeid en steeds verder is afgegleden, weer recht te krijgen. Hierin moeten wij
elkaar aanspreken op de diepste religieuze gevoelens die in ons leven, want eigenlijk
begrijpen wij dit allemaal, maar we hebben de morele kracht nodig om te durven
benoemen wat ingaat tegen recht en tegen de eerlijkheid, maar we hebben ook morele
kracht nodig om barmhartig te zijn. We hebben wijsheid nodig, want het zal altijd gaan
om een wijze balans, want je kunt niet slechts de nadruk willen hebben op de
barmhartigheid, of alleen op het recht, of alleen op de eerlijkheid.

Alle drie de oerprincipes zijn even belangrijk, vinden evenzeer hun oorsprong in God, en
zullen in een wijze balans moeten worden nagestreefd. Laten we daarom bidden met
heel ons hart, want wij houden van ons mooie land en van dit unieke volk. Laten wij
bidden, want alleen God zal ons terug kunnen brengen op die goede weg, dat smalle pad.
Laten we bidden met heel ons hart, opdat wij onze beperkte menselijke sympathieën en
antipathieën, hebbelijkheden en onhebbelijkheden kunnen overstijgen, om gezamenlijk
een weg te vinden voor alle Srananmans, waarin wij een toekomst mogen hebben,
gebaseerd op die drie grondwaarden: recht, eerlijkheid en barmhartigheid. “God zij met
ons Suriname, Hij verheff’ ons heerlijk land. Hoe wij hier ook samenkwamen, aan zijn grond
zijn wij verpand. Werkend houden w’in gedachten: recht en waarheid maken vrij. Al wat
goed is te betrachten, dat geeft aan ons land waardij.”