Wednesday 24 May

DE VISIE OP DE MISSIE - MGR. KAREL CHOENNIE

Mgr. Karel ChoennieIn het kader van “Oktobermaand – Missiemaand” en Wereldmissiezondag, vandaag 23 oktober, hebben we een gesprek gehad met Mgr. Choennie. Als de hoogst verantwoordelijke in ons bisdom is het belangrijk zijn persoonlijke visie op missie in het algemeen en de missie van het Bisdom Paramaribo te vernemen.

Over missie en missionair zijn.
In deze maand wordt de missie van de kerk voor het voetlicht gehaald en dat is een goede zaak. De kerk is missionair wervend, het is één van haar wezenskenmerken. We dienen de blijde boodschap aan iedereen te verkondigen en er voor open te staan dat mensen toetreden tot het geloof. Als rooms-katholieken hebben we lange tijd een passieve houding gehad t.a.v. de missie. We vertrouwden op de natuurlijke aanwas: mensen laten hun kinderen dopen, vervolgens ontvangen de kinderen de sacramenten van Eerste Heilige Communie en H.Vormsel, ze bezoeken de RK scholen waar er godsdienstonderricht wordt gegeven. We hoefden dus geen extra moeite te doen om naar buiten te treden voor het “werven” van nieuwe leden. En dat is nog steeds grotendeels het geval.
Wat de passieve houding ook in de hand werkt is de goede verstandhouding die we als Bisdom Paramaribo hebben met de andere traditioneel christelijke kerken. Als we kijken naar de missie in het binnenland dan zien we een duidelijke verdeling van dorpen die historisch zo gegroeid is: je hebt RK dorpen, EBG dorpen en de dorpen met de traditionele godsdienst. Door het wederzijds respect wordt een EBG dorp door rooms-katholieke missionarissen niet betreden zonder toestemming van de EBG en omgekeerd ook. De dorpen met de traditionele godsdienst worden met rust gelaten. Pas na een aanvraag vanuit zo’n dorp voor een bezoek van de pater of andere vertegenwoordiger van de kerk, wordt dit dorp betreden. Wij als rooms-katholieken gaan er niet uit ons zelf naar toe. Tegenwoordig zijn er echter nieuwe spelers in het spel die een minder afwachtende houding aannemen. Deze kleinere evangelisch-christelijke kerken betreden alle dorpen om te evangeliseren, of ze nou rooms-katholiek, EBG of traditioneel zijn. Dit leidt tot situaties waarbij er in een dorp soms meerdere christelijke denominaties aanwezig zijn en de RK kerk terrein aan het verliezen is.
We hebben heel lang een houding aangenomen waarbij we geen initiatieven namen om naar anderen te stappen om hen tot geloof te brengen als het nou in het binnenland is, stad of district. Deze houding moet mijns inziens opnieuw bekeken worden.

De ontmoeting met Christus, en dan..
Wij geloven in een heel persoonlijke God die altijd aanwezig is. Primair voor de missie, bij het evangeliseren, is dat we de mens naar Christus leiden. Christen worden begint voor iedere persoon met een ontmoeting met Jezus Christus en dat is ook het uitgangspunt van de missie. Dat hele speciale moment van de ontmoeting met Christus, het “geraakt” worden, kan overal gebeuren maar vindt op een hele bijzondere manier plaats in de Eucharistie. Het vraagt van de gelovige een houding van overgave, een actie van geloof, een sprong in het duister. We hebben in de wereld van vandaag te maken met een dictatuur van het verstand en de rationaliteit. Men wil alles kunnen verklaren. Maar geloof overstijgt het rationele. Als christen moet je een sprong kunnen maken in je geloof, je overgeven aan Iemand. Deze overgave van een mens aan God wordt ook wel eens belachelijk gemaakt, sommige mensen zijn net iets te sentimenteel en te gekunsteld. Dit werkt averechts en kan juist een afstotelijk effect hebben. Wij als katholieken bewegen ons tussen beide polen van God t.w. de transcendente en de immanente God. God is totaal anders dan wij als mensen met ons verstand bij kunnen, Hij is niet van deze wereld maar tegelijkertijd toch heel nabij en in alles aanwezig. Dat laatste is waar het persoonlijk contact van de mens met God ontstaat. Je moet het geloof en de beleving van het geloof echter ook met het verstand kunnen bevragen anders blijft het op een kinderachtig niveau, een gekunsteld geloof. Er zijn mensen die geen enkele vorm van twijfel toelaten in hun geloof en dat levert extreme en zelfs gevaarlijke situaties op bijvoorbeeld : iemand die geen dokter wil raadplegen en doktersvoorschriften naast zich neerlegt, want “Jezus gaat me genezen”.
De ontmoeting met Christus zal op alle niveaus van ons leven moeten doorwerken. Niet alleen in de kerk op zondag wordt het geloof beleefd maar in elk facet van ons leven. Uiteindelijk doordrenkt het geloof de hele cultuur waarin mensen zich bewegen. We moeten hierover ook blijven waken. Bijvoorbeeld dat wij als kerk onze stem laten horen bij het maken van wetgeving. Laten we als kerk actief een stem hebben tijdens het voorbereidingsproces om tot wetgeving te komen en niet alleen achteraf klagen. We denken dan aan wetgeving die te maken heeft met bescherming van het leven (abortus, euthanasie) maar ook als het gaat om arbeidsrecht en belastingrecht : hoe rechtvaardig zijn deze wetten ? Hier is bij uitstek een gelegenheid om de Sociale Leer van de Kerk te verkondigen.

Evangelisatie van de cultuur
We leven midden in een cultuur die geëvangeliseerd moet worden. We moeten er aan werken om christelijke waarden zoals naastenliefde, dienstbaarheid en offerbereidheid deel te laten worden van de heersende cultuur. Dit is echter geen eenvoudige taak. De tijdsgeest wordt beheerst door een kapitalistische mentaliteit waarbij competitie en winstbejag het gedrag van de mensen bepaalt. Produceren is het credo, zodanig dat het milieu om ons heen vernietigd wordt. We zullen als kerk voortdurend moeten blijven werken met de instellingen die we hebben, sociale en onderwijs instellingen, om een tegenwicht te kunnen bieden aan de heersende cultuur. Als christenen propageren wij een cultuur van barmhartigheid, van solidariteit en zorgzaamheid, en blijven we oproepen tot het respecteren van de integriteit van de schepping.

Ziet u Suriname als een missieland?
Jazeker, en dan niet alleen als het gaat om de mensen die Christus nog niet kennen en aan wie de boodschap van het Evangelie verkondigd moet worden, maar toch ook de her-evangelisatie naar onze eigen rooms-katholieke geloofsgenoten toe, zoals dat in Europa gebeurt. We kunnen tegenwoordig niet zonder meer verwachten van mensen dat ze de katholieke traditie kennen. Soms sta je er versteld van hoe weinig men weet over het geloof, zelfs de mensen die zich vol trots rooms-katholiek noemen. Volwassen gelovigen dienen met een volwassen blik naar het geloof te kijken en zich ook de moeite en tijd getroosten om zich te verdiepen in de wat meer ingewikkelde thema’s zodat zij daarover kunnen mee denken en praten. Je hebt veel katholieken die gestudeerd hebben, carrière hebben gemaakt en zijn doorgestroomd tot intellectuelen zoals artsen, juristen etc. Maar in hun godsdienstige beleving en kennis van de bijbel zijn ze blijven steken op het niveau van de lagere school. En het is precies dit kinderlijk geloof dat velen nog hebben waarin wij door de volle evangelie kerken bekritiseerd worden. Doordat RK gelovigen zo weinig weten van hun geloof worden ze zo omgepraat door aanhangers van deze kerken. Maar we dienen de bijbel niet enkel op een fundamentalistische wijze te bestuderen. Als je de bijbel letterlijk leest kunnen niet-gelovige mensen bijvoorbeeld zeggen dat het onzin is dat de schepping in zes dagen heeft plaatsgevonden. Men zegt dan al gauw dat de bijbel en het christelijk geloof irrelevant en achterhaald zijn.
Een goed christen kan niet in twee werelden leven bijvoorbeeld: een christen met een onderneming moet ook goed omgaan met het milieu en zijn arbeiders. Dat vraagt van ons dat wij ons geweten informeren en vormen, we kunnen niet blijven steken met de kennis van enkele bijbel verhalen uit onze kindertijd. Het is dan ook een groot verlangen en een wens van mij dat er vanuit de lekengelovigen een beweging ontstaat die het intellectuele erfgoed van de kerk bestudeert : een intellectueel apostolaat. Zo’n beweging van geëngageerde katholieken levert een bijdrage aan de evangelisatie van de cultuur door het collectieve geweten van de katholieke gemeenschap te helpen vormen. Ondernemers, sociale wetenschappers, juristen, artsen en andere beroepsgroepen moeten de tijd nemen om o.a. de Sociale Leer van de Kerk te bestuderen, en de christelijke waarden uitdragen en doorvertellen in hun eigen beroepsgroep. Ook studenten dienen vanaf hun studietijd al gevormd te worden in hun geloofsleven en be-leven.

Wat zijn de uidagingen waarvoor wij ons als missieland geplaatst zien?
Her-evangelisatie is een noodzaak. Er is veel onwetendheid en de gemiddelde katholiek zit op een laag niveau wat geloofskennis betreft. Er zijn verschillende redenen waarom dat zo gekomen is.
- Het godsdienstonderwijs op de RK scholen voldoet niet. Op VOJ scholen wordt er vaak nog nauwelijks wat aan godsdienstvorming gedaan. Degenen die het godsdienstonderwijs moeten geven doen dit vaak niet vanuit hun eigen rooms-katholieke geloofsovertuiging. Deze situatie is niet van de één op de andere dag ontstaan maar er geleidelijk aan in geslopen. Had je vroeger nog genoeg overtuigde katholieke leerkrachten die er op hamerden dat de kinderen naar de kerk moesten gaan en hun geloof in praktijk moesten brengen, nu zijn het nog maar weinig leerkrachten die dat doen.
- Afname van kerkbezoek hetgeen de betrokkenheid bij de kerk en de geestelijke vorming ook doet afnemen.
- Zwakke prediking door voorgangers. Wat neemt de kerkganger mee naar huis van de preek ? De preek is soms onsamenhangend, niet boeiend. Priesters en anderen die voorgaan in diensten dienen hierin naar zichzelf te kijken en de hand in eigen boezem te steken.
- Het moderne hectische leven. Het hebben van een veeleisende baan, drukte in het verkeer die oponthoud geeft, gezin, studie, veel nevenactiviteiten zijn kenmerken van het huidige drukke bestaan waardoor mensen niet toe komen aan verdieping. Tegenwoordig werken en studeren veel mensen tegelijk als een manier van overleven. Men wil meer verdienen en daarvoor gaat men studeren om promotie te maken. Het komt niet zelden voor dat actieve parochianen afhaken in hun parochie vanwege werk en studie die een te grote belasting leggen op hun leven. Uiteraard vraagt dit om keuzen te maken, wat vind je belangrijk ? Maar we kunnen zeker ook met de moderne media inspelen op dit fenomeen. Er is behalve fysieke verbondenheid tegenwoordig ook de virtuele realiteit die mensen beïnvloedt. Alles wat binnenstroomt aan apps, tweets, posts en emails heeft zijn invloed op ons denken.
- Verminderd huisbezoek. Priesters zijn niet meer zo aanwezig in het leven van mensen zoals het vroeger was, ze zijn te weinig in aantal. Mensen ervaren de invloed van de kerk dus niet meer als zodanig.
Laten we ons toeleggen om meer vat te krijgen op de nieuwe instrumenten van verkondiging. Er zijn nieuwe mogelijkheden die we vroeger niet hadden, we zullen meer gebruik moeten maken van radio en televisie. En vooral de nieuwe (social) media bieden een zee van mogelijkheden waar we echter nog niet goed genoeg mee bekend zijn. Ook de kunsten zoals theater, dans, drama zijn goede uitingen voor het evangelie. Deze kunnen veel meer en beter aangewend worden ter ondersteuning van de missie.

U bent sinds kort –januari j.l.- tot Bisschop van Paramaribo gewijd. Wat zijn uw plannen, gedachten, wensen t.a.v. de missie in het Bisdom Paramaribo. Wat moet er volgens u gebeuren ?
Mgr. Zichem was geen voorstander van een top-bottom benadering van het beleid, en ik ga daarin mee. Ik vind het hoog tijd dat er in ons bisdom een synode plaatsvindt. Een synode is een grote kerkvergadering waarin alle geledingen van de kerk zijn vertegenwoordigd. Tijdens de synode die ik in gedachten heb gaan we met zijn allen praten over al hetgeen moet gebeuren in de verschillende beleidsgebieden van het werk van ons bisdom : wat moet er gebeuren in de liturgie, in de catechese, in de diaconie, op het gebied van kerkopbouw ? Dat is op dit moment mijn grootste wens, dat er zo’n synode komt op heel korte termijn.
Er zijn in het verleden - tot 2015 - beleidsplannen gemaakt, heel gedetailleerde plannen. Deze verwoorden heel wat van wat er in het bisdom gebeurt en moet gebeuren maar ze zijn nog steeds geen gemeengoed. De synode biedt de mogelijkheid om de beleidsplannen voor te leggen aan de basis met de vraag : is dit wat we willen, waar we achter staan ? Hoe gaan we om met de nieuwe uitdagingen waarvoor we ons als bisdom geplaatst zien : vragen over de nieuwe media, de opmars van de volle evangelie kerken, de verdere verarming van de samenleving. Wat voor tegenwicht kunnen wij als kerk bieden aan deze tendensen. De opzet van zo’n synode is van heel klein bijv. de katholieke gemeenschap op Jawjaw, naar grotere verbanden, clusters, districten en pastorale gebieden. Op elke plek en in elke organisatie en parochie gaan mensen nadenken over wat ze ten diepste willen. Dit moet uitmonden in het nieuwe beleid van ons bisdom.
Bij alles wat we ondernemen als missie zie ik graag de Bijbel als basis van waaruit we vertrekken. Mijn grote wens is dat alles wat we ook maar doen begint vanuit de Bijbel als inspiratiebron. Ik zie graag dat er meer wordt gelezen en meer gesproken vanuit de Bijbel. Zodanig, dat elke gelovige op een moment in zijn of haar leven kan zeggen dat hij/zij de hele bijbel tot zich genomen heeft. Als er ergens een Bijbeltekst voorbij komt dan moet die tekst herkend worden: ik heb het al een keer gehoord, gelezen of over nagedacht.

Tot slot : wat is uw persoonlijke missie ?
(denkt lang na). Ik zou het niet zo kernachtig kunnen formuleren wat mijn missie is. Het is er altijd een beetje bij me ingestampt : Gods wil geschiede, zoeken naar Gods wil in concrete situaties. Ik wil graag dat mensen gaan beseffen wat voor rijkdom Christus voor ons heeft nagelaten in Zijn Kerk. Zo ook de rijkdom van de Bijbel. Je hoort mensen vaak praten over de Kerk én Christus. Maar de Kerk is het lichaam van Christus. Mijn verlangen is dat men dat steeds meer gaat beseffen en de Kerk minder ziet als instituut, bureaucratie, organisatie of bestuur. Dat mensen de Kerk zien, ervaren en beleven als het Lichaam van Christus. Soms wordt de vraag gesteld : “wat doet het bisdom” of “wat doet de kerk”. We zijn echter één lichaam, geen enkel lichaamsdeel is belangrijker dan de andere, het hoofd is niet belangrijker dan het oog of de arm. Als je te communie gaat wordt je één met Christus, je wordt het lichaam van Christus, je bent Zijn lichaam. De Eucharistie is voor mij het hoogtepunt en uitgangspunt. Het is niet iets dat je vanuit je bed of luie stoel kan meevieren. Samen dienen wij aan de barmhartigheid van God gestalte te geven.

Bron: Omhoog, edetie nr.39