Tuesday 25 July

….en het zaad werd uitgezaaid, en viel in goede aarde.

Door: Claudia Tjon Kiem Sang

MissiemaandHoe het begon
In het jaar 1683 vestigde de eerste koloniale gouverneur van Suriname, Cornelis van Aerssen van Sommelsdijck, zich op Surinaamse bodem. In zijn kielzog kwamen 4 franciscaanse priesters mee om de zielzorg op zich te nemen van de weinige katholieken tussen het overwegend gereformeerde blanke kolonistenvolk. Geen van deze priesters hield het langer dan een jaar vol. Ze stierven als goed zaad in de aarde van Gods land, hoogstwaarschijnlijk zonder enig vermoeden over de vruchten in de toekomst maar met een groot geloof en vertrouwen.

Suriname officieel missieland: Congregatie Propaganda Fide
De volgende poging om de missie in ons land op gang te brengen werd eind 18e eeuw ondernomen toen katholieken in Nederland permissie vroegen om een gemeente in Suriname te mogen beginnen. Dit werd toegestaan en in 1785 kwamen we als gebied -wat de rooms-katholieke kerk betreft- onder de verantwoordelijkheid van de congregatie Propaganda Fide te vallen, we waren officiëel missieland. Het ging niet van een leien dakje. De vestiging van de eerste priesters die in 1786 kwamen, verliep moeizaam en begin 1793 werd de RK gemeente in Suriname gesloten wegens gebrek aan financiën. Tot aan het begin van de 19e eeuw werkten enkele op zichzelf staande priesters onder een paar honderd blanke katholieken, missie onder slaven en vrijen was niet mogelijk.
In 1817 kreeg de priester P. Wennekers de leiding als apostolisch prefect en vanaf toen was er meer continuïteit door de permanente aanwezigheid van priesters. De eerste tekenen van een beginnende en zich uitbreidende gemeente zijn waarneembaar. Rome benoemt in 1842 de priester M. Niewindt tot apostolisch vicaris voor de Nederlandse Antillen en Suriname, in de veronderstelling dat deze Nederlandse koloniën één geheel konden vormen. In de praktijk bleek dit natuurlijk niet uitvoerbaar en al gauw werd een pro-vicaris –als plaatsvervanger voor de apostolisch vicaris- van Suriname benoemd in de persoon van de priester V. Jansen. Deze stierf echter nog voordat hij het bericht van zijn benoeming had ontvangen. De priester G. Schepers werd toen benoemd tot pro-vicaris.
Tot aan de benoeming van de apostolisch vicaris was J. Grooff apostolisch prefect geweest in Suriname. Hij kreeg gelijktijdig met de benoeming van Niewindt zelf een benoeming tot bisschop in Batavia, Oost-Indie en verliet Suriname. Vanwege een conflict aldaar, keert hij terug naar Suriname als apostolisch visitator en administrator. Na zijn overlijden in 1852 werd Schepers op 20 september 1852 benoemd tot apostolisch vicaris voor het nieuwe apostolisch vicariaat Suriname.

missiemaandNederlandse Redemptoristen
Schepers stierf in 1863, niet lang na de afschaffing van de slavernij. Er werd toen gezocht naar een kloostercongregatie die de missie in Suriname onder haar hoede zou kunnen nemen om verzekerd te kunnen zijn van een continue aanwezigheid van missionarissen. Van 1683 tot 1864 hadden in totaal 30 priesters in Suriname gewerkt en het was niet altijd even eenvoudig om seculiere priesters hier naar toe te halen. De bereidheid werd gevonden bij de Nederlandse redemptoristen. J. Swinkels kreeg als eerste redemptorist de verantwoordelijkheid over de nieuwe missie. Hij begon zijn werkzaamheden op 26 maart 1866. Onlangs in augustus j.l. hebben wij met zijn allen het jubileumjaar van 150 jaar missie van de redemptoristen in Suriname afgesloten. Na mgr. Swinkels volgden als apostolisch vicaris : mgr. Schaap, mgr. Wulfingh, mgr. Meeuwissen, mgr.van Roosmalen en mgr.Kuypers, als verantwoordelijken voor de missie in ons land.

Zusters van Paramaribo
Niet alleen de redemptoristen maar ook andere congregaties werden hier naar toe gehaald om hun schouders te zetten onder het werk voor de opbloeiende katholieke gemeenschap, veelal voor onderwijs en opvoeding, maar ook voor zieken- en melaatsenzorg.
In 1932 werd de congregatie van de zusters van Paramaribo opgericht door mgr. van Roosmalen waardoor we voor het eerst te maken kregen met missie van eigen bodem.

Wie is je vader, wie is je moeder?
“Wie is je vader, wie is je moeder” is een bekende typisch Surinaamse vraagstelling. Waar kom je vandaan, wat zijn je roots. Er schuilt hierin een diepe wijsheid. Om ons zelf als Surinaamse kathol
ieken te begrijpen, waarom we zijn zoals we zijn en onze missie te ontdekken en vorm te geven, zullen we onze katholieke geschiedenis moeten leren kennen en vertalen naar het heden. Daartoe dient deze terugblik in het kader van Oktobermaand-Missiemaand. Missie is dynamisch, het is Gods Geest die ons leidt, het heeft een begin maar geen einde. Met een terugblik naar hoe het allemaal is begonnen en wat zich heeft voorgedaan om de missie gaande te houden, zullen we beter in staat zijn de puntjes met elkaar te verbinden en ons Surinaams missieverhaal verder te vervolgen.

(bron: “Volwaardig en zelfstandig”, Joop Vernooij, Nijmegen Instituut voor Missiewetenschappen 2008)
Uit: Omhoog, editie nr. 37