Saturday 18 November

Allerzielen 2 novemberAllerzielen
“Zolang u het licht hebt, geloof in het licht, opdat u kinderen van het licht mag zijn” Met dit citaat heeft Stichting RK Begraafplaats recentelijk nabestaanden en belanghebbenden uitgenodigd voor de viering van Allerzielen 2017 op donderdag 2 november in de Allerheiligste Verlosserkerk aan de Schietbaanweg en aansluitend daarop op de Rooms Katholieke Begraafplaats.
Allerzielen is een typische viering waarbij de gelovigen van de Rooms Katholieke kerk hun overleden dierbaren herdenken. De namen van de personen die overleden zijn tussen Allerzielen vorig jaar en Allerzielen dit jaar worden dan één voor één genoemd en wordt er voor hun gebeden.
Volgens de oude christelijke overtuiging bestaat de mens uit een lichaam en een ziel. Die worden bij de dood gescheiden van elkaar. De ziel gaat volgens het geloof naar de hemel, het vagevuur of de hel. Met Allerzielen – gedachtenis van alle zielen – wordt het proces van loutering ondersteund. Door gebed helpen de levenden de overledenen om hun uiteindelijke bestemming te bereiken: eeuwig gelukkig te zijn bij God.
In de Eucharistieviering in de Allerheiligste Verlosserkerk gingen voor pater Jan Verboogen, pater Kumar Irudayasamy en pater Gilson Da Silva. Pater Jan Verboogen begon zijn preek met een opmerking over de drukte rond deze tijd op het kerkhof; graven worden schoongemaakt, bloemen worden neergelegd en lichtjes aangestoken. “Waarom,” vroeg hij. “Wat drijft de levenden naar de doden.?”

AllerzielenKwetsbaarheid
Pater Jan sprak over het noemen van de namen van de overleden dierbaren. “Bij het noemen van die namen, komt een mens weer tot leven; zien wij iemand voor ons, met huid en haar, het gezicht van een man, een vrouw, een kind.” Hij zei dat met het noemen van de namen, “wij ook zeggen: wij zijn jullie niet vergeten, wij willen jullie niet vergeten!’
Het noemen van de namen maakt ons ook verdrietig, “want we hebben de mensen die we aan de dood verloren zijn goed gekend, waarmee we konden praten en konden aanraken.” Pater Jan hield de gelovigen voor dat het verdriet misschien ook goed is, “want het is de enige brug die ons met onze doden verbindt.” Hij zei dat het dat onze kwetsbaarheid zichtbaar maakt, “want wij worden ons bewust van onze eigen sterfelijkheid, want als zij konden sterven, waarom wij niet.” Pater Jan zei dat de “dood de grootste verminking is die wij kunnen oplopen”.

 

Na bestaan”
De dood van een geliefde medemens kan ons leven danig in de war schoppen, zei de pater. “Het is vaak het begin van een lange nachtmerrie en willen wij het uitschreeuwen van verdriet.” Hij vertelde dat hij dezer dagen de zin gelezen had: “Eigenlijk is nabestaan veel moelijker dan dood gaan.” Pater Jan: “Wij zijn allemaal nabestaanden en het zou kunnen dat wij in een moeilijker parket zitten dan degenen die reeds zijn dood gegaan. Het leven wijkt, hoe zeer we ook proberen dat vast te houden.”
Sterven is vaak een kwestie van een aantal weken, soms een enkele dagen, soms van een enkel moment, maar rouwen daarentegen duurt vaak maanden, zoniet jaren. Pater Jan zei dat doodgaan gebeurt op een moment en vroeg hoe nabestaanden de weg naar het leven terug moeten vinden. Dat gebeurt niet in een enkel ogenblik. Daar moet voor worden gevochten, soms wanhopig. “Je wordt gedwongen om bijvoorbeeld voortaan één bord minder op tafel te zetten. De leegte wordt niet automatisch opgevuld.
Zo is het woord “nabestaanden” niet helemaal terecht, aldus pater Jan. De nabestaanden bestaan immers niet meer zoals ervoor; ze verliezen een deel van de zin van hun bestaan. Pater Jan zei dat het goed is om mensen in het stervenuur bij te staan, maar dat het even belangrijk is om mensen te helpen na te bestaan. De gemeenschap zou moeten doen aan rouwbegeleiding, zich bekommeren om degenen die achter gebleven zijn en moeten leren leven met een lege plaats aan hun zijde. “We zouden mensen moeten helpen om na te bestaan, om mensen te helpen om het leven te zoeken. Nabestaan is inderdaad soms moeilijker dan dood gaan,” concludeert pater Jan.

AllerzielenBemoediging
Pater Jan sloot af met een bemoediging: “Misschien kunnen wij ondanks alles, bij dat alles, op onze beste ogenblikken, wanneer wij ons bevinden op de puinhopen van ons bestaan, de woorden van Psalm 23 in de mond kunnen nemen; ‘mijn Herder is de Heer, nooit zal het mij iets ontbreken, al moet ik in het duister van de dood gaan, U bent bij mij Heer, onder Uw hoede durf ik het aan’”.
Na de eucharistieviering ging de gelovige gemeenschap naar de graven van hun geliefden op de RK begraafplaats om er een lichtje aan te steken, een bloemetje te plaatsen. Pater Jan, pater Kumar en pater Gilson liepen er ook om samen met de nabestaande.

 

 

 

 

Door Melvin Mackintosh

Uit: Omhoog, editie nr. 42