Saturday 21 October

Missiemaand
De maand oktober is de maand gewijd aan aandacht, gebed en actie voor de missie van de Kerk. In de katholieke kerk over heel de wereld zal men zich rond missie, missionarissen en missionaire samenwerking informeren, bidden en inzetten. Bij de woorden ‘missie’ en ‘missionarisse’ wordt vrijwel meteen gedacht aan de paters, fraters en zusters die van ‘elders’ komen om het werk van evangelisatie te doen. Dat was lang geleden misschien enigszins waar. Maar wat toen reeds gold, en nu des te meer, is dat iedere gelovige de opdracht heeft om op missie te gaan en is iedere gedoopte een missionaris. Als je zelf veel hebt aan je geloof en dankbaar bent omdat je, in goede en kwade dagen, jouw levensweg met Christus hebt gevolgd, dan wil je dat spontaan ook aan anderen meedelen. Maar het doorgeven van geloof gaat niet vanzelf. Het geloof is een geschenk van God, maar geloven is een persoonlijke keuze. Maar hoe zou je er voor kunnen kiezen? Gaat het ons echt ter harte dat andere mensen de kans krijgen het evangelie van Jezus Christus te leren kennen? Niet alleen in eigen kring, maar overal in het land en ter wereld?

“Wij stellen vast dat er in alle verandering veel is dat niet verandert, omdat het zijn diepste fundament in Christus heeft, die gisteren en heden en in eeuwigheid dezelfde is (Hebr. 13,8). Naar Hem verwijst iedere christelijke generatie, wanneer haar gevraagd wordt zich als missionaire gemeenschap te legitimeren (Mt. 28,18-20). Zelf verwijst Jezus naar het handelen van zijn Vader (Joh. 5,17). Hij is er zich diep van bewust dat Hij een opdracht vervult, waarin Gods werk onder de mensen gestalte krijgt. Vanuit die christelijke overtuiging mag ook de christelijke gemeenschap leven en werken. Haar zendingsbewustzijn is een gelovig bewustzijn. Temidden van tegenslagen en ontgoochelingen maakt zij zich in dat geloof sterk door voortdurend terug te vallen op Jezus Christus, de Gezondene bij uitstek. In Hem worden wij gewaar dat God zich het lot van de wereld heeft aangetrokken en dat Hij mensen verlost en vrij maakt voor een nieuwe manier van leven en samenleven in zijn Geest. Daarvan getuigen, dat zichtbaar maken in de samenleving van de volken blijft de missie van de Kerk, in elke periode van de geschiedenis.

Paus Franciscus wil een buitengewone missiemaand voor oktober 2019 uitroepen. Dit pauselijk initiatief van oktober 2019 heeft plaats ter herdenking van de 100ste verjaardag van de pauselijke exhortatie Maximum illud. De buitengewone missiemaand moet het missionaire engagement van de katholieke Kerk bevorderen in de lijn van Evangelii gaudium (De vreugde van het Evangelie), de eerste exhortatie van paus Franciscus uit 2013.

Een van de belangrijke instrumenten van de Kerk om de missie en het missionair besef te bevorderen zijn de Pauselijke Missiewerken. De PMW betekenen niet enkel een financiële collecte voor de missie. Dat is in feite slechts een manier waarop uiteindelijk ons missionair engagement zich materialiseert. De PMW willen als hoofdzaak overal ter wereld het besef van het belang van de missie bevorderen bij iedereen, van groot tot klein. Het engagement van elke gelovige komt dan tot uiting in het bidden voor de missie van de Kerk, de persoonlijke inzet voor en betrokkenheid bij de missie, en tenslotte het geven van een bijdrage uit solidariteit met de missie over heel de wereld. De aandacht voor de missie in de maand oktober culmineert dan in de viering van wereldmissiedag op de voorlaatste zondag in oktober, dit jaar dus op 22 oktober.

Rozenkransmaand
In de Kerk is de maand oktober gewijd aan de Rozenkrans. De keuze van deze maand hangt samen met de liturgische gedachtenis van Maria van de Rozenkrans op 7 oktober. Deze viering werd ingesteld door de heilige paus Pius V in 1571. Hij had de christelijke overwinning van de Slag bij Lepanto (7 oktober 1571) toegeschreven aan het bidden van de rozenkrans. Het rozenkransgebed werd in eerste instantie sterk gepropageerd door de orde der Dominicanen, waartoe Pius V zelf ook toe behoorde. Volgens een legende was de rozenkrans een geschenk van de Heilige Maagd Maria aan Sint Dominicus (1170-1221), stichter van de dominicanen. Maria zou de rozenkrans hebben gegeven als wapen in zijn strijd tegen de dwaalleer van de Albigenzen.

Het gebruik om jaarlijks de hele maand oktober in het teken van de rozenkrans te stellen, dateert uit de 19e eeuw. Het was paus Leo XIII (1878-1903) die een intensere Maria-devotie in deze maand bevorderde door zijn oproep om extra vaak de rozenkrans te bidden. Opmerkelijk is dat Leo in totaal tien encyclieken over het rozenkransgebed schreef: Supremo apostolatus officio (1883), Vi è Ben Noto (1887), Octobri Mense (1891), Magnae Dei Matris (1892), Laetitiae Sanctae (1893), Iucunda Semper Expectatione (1894), Adiutricem (1895), Fidentem Piumque Animum (1896), Augustissimae Virginis Mariae (1897), Diuturni temporis (1898). Alle werden gepubliceerd in september, ter voorbereiding van de daaropvolgende rozenkransmaand. Alle pausen na Leo XIII hebben in navolging van hem de gelovigen opgeroepen in oktober extra tijd aan de rozenkrans te besteden.

Naast de 7e oktober kwam er na 1917 nog een andere belangrijke oktoberdag voor Maria-vereerders bij: de 13e, de herdenkingsdag van het zogenoemde Zonnewonder van Fatima, dat plaatsvond op 13 oktober 1917. Een menigte van circa 70.000 belangstellenden en nieuwsgierigen namen toen bij Fatima (Portugal) een bovennatuurlijk kosmisch fenomeen waar. Uit getuigenverslagen bleek dat velen bang waren dat de zon zich op de biddende menigte zou storten. De mensenmassa stond op een veld verzameld rond drie herderskinderen: Lucia Dos Santos, Jacinta Marto en Francisco Marto. Zij beweerden dat op 13 mei 1917 Maria voor het eerst aan hen was verschenen.

Wereldmissierozenkrans
Het gebed voor de missie en het bidden van de rozenkrans zijn in 1951 door aartsbisschop Fulton Sheen, die national director van de PMW in de Verenigde Staten was, a.h.w. ‘bij elkaar gebracht.’ Hij ontwierp de ‘wereldmissierozenkrans.’ Deze rozenkrans wordt gepropageerd door het bijbehorende kralensnoer met kralen in vier kleuren: geel, rood, wit, blauw en groen. Elk tientje van deze rozenkrans heeft een van deze vijf kleuren en elke kleur vertegenwoordigt een ander gebied in de wereld waar missionarissen nog altijd doorgaan met het verkondigen van de Blijde Boodschap: geel staat voor het ochtendgloren in het oosten, groen vertegenwoordigt de bossen en graslanden van Afrika, rood symboliseert het gelovig enthousiasme waarmee de eerste missionarissen naar de Amerika’s trokken, blauw staat voor de water rondom de eilanden in de grote oceanen, en wit staat het thuis van paus in Europa.

Bron: Omhoog editie 36 - 2 oktober 2017