Tuesday 19 September

God wandelt altijd met ons meeTijdens de algemene audiëntie van 24 mei sprak paus Franciscus over de Emmaüsgangers en de weg van hoop.

Beste broeders en zusters, goedemorgen!

Vandaag wil ik graag stilstaan bij de ervaring van de twee Emmaüsgangers, waarover het Evangelie volgens Lucas spreekt (vlg. Lc. 24,13-35). Twee mannen zijn onderweg, teleurgesteld en verdrietig over een verhaal dat slecht afgelopen is.

Menselijke hoop
De tijd voor Pasen waren ze enthousiast geweest. Jezus, aan wie ze hun leven hadden toevertrouwd, leek aan het einde van een beslissende strijd te zijn gekomen. Nu zou zijn kracht getoond worden, na een lange periode van voorbereiding en een leven in verborgenheid. Dat was hun verwachting, maar zo ging het niet.

De twee pelgrims bezaten slechts de menselijke hoop die nu in rook opging. Dat opgetrokken kruis op de Calvarieberg was het duidelijkste teken van een nederlaag en die hadden ze niet voorzien. Als Jezus werkelijk een man Gods was, moesten ze concluderen dat God zwak was, weerloos in de handen van woestelingen, niet in staat om weerstand te bieden aan het kwaad.

Pijnlijke herinnering
En zo vluchten de twee Emmaüsgangers op die zondagochtend weg uit Jeruzalem. Ze hebben nog altijd de gebeurtenissen, voorafgegaan aan de dood van Jezus, voor ogen. Tijdens de gedwongen stilte van de zaterdag worden ze hierdoor gekweld. Dat feest van Pasen, dat het lied van de bevrijding had moeten inluiden, is veranderd in de pijnlijkste dag van hun leven.

Ze verlaten Jeruzalem om ergens anders heen te gaan, naar een rustig dorp. Ze zien er uit als mensen die een pijnlijke herinnering van zich af willen schudden. Ze zijn dus onderweg en ze blijven lopen, zeer bedroefd.

Deze plaats van handeling – de weg – was al eerder belangrijk geweest in de evangelieverhalen. Nu wordt dat steeds meer het geval, als men het verhaal van de Kerk begint te vertellen.

Therapie
De ontmoeting tussen Jezus en die twee leerlingen lijkt een toevalligheid, zoals het kan gebeuren in het leven. Ze lopen in gedachten verzonken en een onbekende komt naast hen lopen. Het is Jezus, maar ze herkennen Hem niet. En zo begint Jezus zijn ‘therapie van de hoop’.

Dat wat er op die weg gebeurt is een therapie van de hoop. Wie geeft die? Jezus. Allereerst vraagt en luistert Hij: onze God is geen opdringerige God. Hij kent de reden van de teleurstelling van die twee al, maar toch geeft Hij hen de tijd om hun verbittering nader te onderzoeken. Daar komt een bekentenis uit voort die deel is van het menselijk leven: “Wij leefden in de hoop, maar.....” (vlg. vers 21). Wat een verdriet, wat een verslagenheid, wat een falen ! En dit komt in het leven van iedere mens voor!

De Schrift
Wij zijn allemaal een beetje zoals die twee leerlingen. Hoe vaak hebben we hoop gehad, hoe vaak hebben we het gevoel gehad dat het geluk voor het grijpen lag en landden we vervolgens weer teleurgesteld op aarde? Jezus wandelt met al die teleurgestelde mensen mee en al mee wandelend slaagt Hij erin om -op een discrete manier- de hoop terug te geven.

Jezus spreekt vooral met hen door middel van de Schrift. Wie het Boek van God leest komt geen verhalen tegen over gemakkelijke heldhaftigheid of over razendsnelle veroveringscampagnes. De echte hoop wordt duur betaald; deze komt altijd tot stand via nederlagen. De hoop van iemand die niet lijdt, is misschien niet eens hoop.

Eucharistie
God vindt het niet fijn als je van Hem houdt zoals je van een krijgsheer houdt, die zijn volk naar de overwinning sleept door het bloed van zijn tegenstanders te vergieten.

Jezus herhaalt voor de twee leerlingen het fundamentele element van elke Eucharistie: Hij neemt het brood, zegent het, breekt het en deelt het uit. Ligt in die reeks gebaren niet het hele verhaal van Jezus besloten? En ligt niet ook in elke Eucharistie het teken besloten van wat de Kerk moet zijn? Jezus neemt ons, zegent ons, ‘breekt’ ons leven – want er is geen liefde zonder offer – en biedt het aan de anderen aan, Hij biedt het aan iedereen aan.

De Kerk
Jezus heeft slechts een vluchtige ontmoeting met de twee Emmaüsgangers. Maar daarin ligt heel het lot van de Kerk besloten. Hij vertelt ons dat de christelijke gemeenschap zich niet opsluit in een versterkte vesting, maar rondwandelt in de voor haar meest vitale omgeving, op straat dus. En daar ontmoet zij de mensen, met hun hoop en hun teleurstellingen.

De Kerk luistert naar ieders verhalen om vervolgens het Woord van leven aan te bieden, het getuigenis van de liefde, een liefde die trouw is tot het einde toe. En dat geeft ons weer hoop.

De weg naar Emmaüs
Wij hebben allemaal in ons leven moeilijke, duistere momenten gekend. Momenten waarop we bedroefd rondliepen, in gedachten verzonken, zonder blik op de toekomst.

Jezus loopt altijd naast ons om ons hoop te geven, om ons hart te verwarmen en te zeggen: “Ga door, ik ben bij jou. Ga door.”

Het geheim van de weg die naar Emmaüs leidt, ligt hierin volledig besloten: ondanks ogenschijnlijke tegenstrijdigheden blijft God van ons houden. Hij wandelt altijd met ons mee: op de moeilijkste momenten, op de vreselijkste momenten, ook op momenten van verslagenheid. En dat is onze hoop. Laten we voortgaan met die hoop, want Hij loopt naast ons en wandelt met ons mee, altijd!

(Bron: KN 2017/bewerkt-mk)