Saturday 21 October

Download hier de paasbooschap in PDF formaat

Pasen is een belangrijk feest voor christenen. We leven er veertig dagen naartoe en er gaat een intense Goede Week aan vooraf. En dan vieren we met Pasen de verrijzenis van Jezus Christus. We vieren Pasen niet één dag maar veertig dagen lang tot Hemelvaart, zelfs vijftig dagen tot de komst van de Geest met Pinksteren. Er is immers tijd nodig om te laten doordringen wat het betekent om Pasen te vieren.

De Vader heeft Jezus laten opstaan uit de dood. Het leven van Jezus eindigt niet in een mislukking op het kruis. Zijn tegenstanders wilden Hem uit de weg ruimen omdat ze zich door Hem bedreigd voelden. Hij stelde hun leven in vraag. Meer nog: Hij was tegen hun privileges en kwam op voor de slachtoffers van onrecht en discriminatie. En dus meenden ze dat het verstandiger was en ook veiliger voor de gevestigde orde om Hem te laten veroordelen. Maar God liet Hem niet in de dood achter maar deed Hem opstaan op de derde dag. En dat veranderde alles voor zijn leerlingen.

Die leerlingen waren heel bang geweest toen hun Meester werd opgepakt en veroordeeld. Plotseling leek hun leven op een dood spoor beland te zijn. Ze hadden ook gevreesd voor hun leven. Tot het begon door te dringen dat Jezus niet dood was maar leefde. De Paasverhalen in de evangelies proberen die ervaring onder woorden te brengen en spreken over ‘verschijningen.’ Er gebeurde iets wat tegelijk heel herkenbaar was en toch ook vreemd. Jezus is er en toch duurt het even voor ze weten dat het Jezus is. En zodra het tot hen doordringt, verdwijnt Hij weer. Het gaat blijkbaar om een nieuwe aanwezigheid die moeilijk te vatten is in woorden.

Jezus’ opstanding doet ook de leerlingen opstaan. We lezen letterlijk in het Emmaüsverhaal hoe de leerlingen aan tafel gaan met die onbekende medereiziger en als ze in Hem Jezus herkennen, snel opstaan om het goede nieuws aan de anderen te gaan vertellen (Lc. 24,33). Maar we zien ook hoe ze figuurlijk opstaan uit hun verdriet en hun angst. Hun harten gaan branden en ze zijn vervuld met vreugde (Lc. 24,32.41 en 52). Hun innerlijke ommekeer zal nog duidelijker worden wanneer de Geest met Pinksteren over hen komt. Het lijkt erop dat iets van de verrijzeniskracht van Jezus in hen aan het werk is. De stem van de Vader heeft ook voor hen geklonken: “Sta op! Verrijs.”

De verhalen van de evangelies vertellen eigenlijk al hoe Jezus heel zijn leven mensen heeft doen opstaan uit hopeloze en uitzichtloze situaties. Hij zegt tegen de verlamde man die door zijn vrienden gedragen wordt: “Sta op en loop” (Lc. 5,17-26). En tot de zieke die al 38 jaar in de badinrichting Betzata wacht op een wonder zegt Hij: “Sta op, neem uw bed en loop” (Joh. 5,1-9). Hij doorbreekt het dodelijke isolement van de mensen die omwille van hun ziekte uitgesloten waren van de gemeenschap: een man met een verschrompelde rechterhand (Mc. 3,1-5), een vrouw die al jaren onrein was door bloedvloeiingen (Lc. 8,43-48), blinden en melaatsen. Hij laat zelfs mensen opstaan uit de lichamelijke dood: het dochtertje van Jaïrus (Lc. 8,40-42.49-56), de zoon van een weduwe uit Naïn (Lc. 7,11-17) en zijn vriend Lazarus (Joh. 11,1-44).
De verrijzeniskracht van de Vader was in Jezus volop aanwezig.

Als ik de gesprekken die ik zo hier en daar opvang moet samenvatten met drie woorden dan zijn het deze woorden: hopeloosheid, angst en verdeeldheid. Ik hoor mensen zeggen: “Ik zie het niet meer zitten,” “De corruptie zit zo diep, je krijgt het er nooit meer uit,” “We leren het nooit,” “We zijn aan ons lot overgeleverd.” Wat de angst betreft hoor ik: “We worden een tweede Venezuela,” “Ik zeg niks hoor,” “Er is broodvrees.” Over de verdeeldheid: “Wie kan je nog vertrouwen, de politici niet, de vakbondsleiders zijn omgekocht of hebben ons in de steek gelaten,” “De geestelijke leiders zijn lamlendig,” “Het is ieder voor zich,” “Het komt nooit meer goed.”

Ook vandaag nog zegt Jezus: Sta op! Hoe angstig we ons ook voelen, hoe uitzichtloos we de toekomst ervaren: Sta op! Laat het leven binnenkomen in je hart. Gods stem wekt ons tot hoop en vertrouwen. De dood is niet het einde. Geen enkele weg loopt werkelijk dood omdat er altijd een nieuw begin mogelijk is. Soms vraagt het moed om op te staan, zoals bij de verloren zoon die besliste om terug te keren naar zijn vader. Soms is er verzet in ons zoals bij de bezetenen die Jezus geneest. Soms is er wat tijd nodig zoals bij de genezing van die blinde die eerst niet scherp ziet (Mc. 8,22-26). Maar God is geduldig en we krijgen tijd om Pasen te laten doordringen tot diep in ons leven.

Tegelijk zijn we geroepen om zelf ook Paasmensen te zijn voor anderen en het leven in hen te wekken. Ook wij mogen verrijzeniskracht doorgeven en mensen helpen opstaan. We mogen brengers van hoop zijn en toekomst mee mogelijk maken. Soms met bemoedigende woorden. Maar meer nog met kleine daden van bevrijding wanneer we de nood van anderen lenigen of hen weer kansen geven er echt bij te horen. Dan wordt de verrijzeniskracht van de Vader zichtbaar in onze wereld. Dan wordt de vreugde van Pasen waar, midden onder ons. Om dat te vieren hebben we meer tijd nodig dan één dag. Laten we er vandaag aan beginnen!

Een vreugdevol en levengevend Paasfeest!

Mgr. Karel Choennie