Wednesday 24 May

Door: P. Tjon Kiem Sang

Het gelovig gebed redt de zieke“Is iemand van u ziek? Laat hij de oudsten van de gemeente roepen; zij moeten een gebed over hem uitspreken en hem met olie zalven in de naam van de Heer. En het gelovige gebed zal de zieke redden en de Heer zal hem oprichten” (Jac 5,14-15). Deze oproep uit de brief van apostel Jacobus vormt de grondslag voor de ziekenzorg, die reeds eeuwenlang een wezenlijk onderdeel is van het apostolaat van de Kerk. In navolging van de leerlingen van Jezus (zie Mc. 6,12-13;16,17-18) trekken priesters, religieuzen en lekengelovigen sinds de eerste dagen van de Kerk erop uit om de zieke mens te bezoeken, hem te troosten met de Blijde Boodschap, en hen te zalven. Dit laatste behoort tot een van de zeven sacramenten, die tekenen zijn van Gods concreet handelen in het menselijk leven.

Paus Johannes Paulus II heeft het belang van de zorg voor de zieke mens extra willen benadrukken door in het jaar 1993 de Wereldziekendag uit te roepen: een dag van gebed voor de zieken, die jaarlijks op 11 februari plaatsvind, de feestdag van OLV van Lourdes. Het bedevaartsoord Lourdes is in heel de wereld bekend als de plek waar zieken naar toe worden gebracht, om op voorspraak van OL Vrouwe, God om genezing te vragen. Dit jaar heeft onze bisschop de geloofsgemeenschap opgeroepen om daar bijzondere aandacht voor te hebben.

Gehoor gevend aan de oproep van de bisschop, is er op de dag van 11 februari jl. een speciale Eucharistieviering gehouden in de kapel van het Sint Vincentius ziekenhuis. Pater Gilson da Silva ging voor in de dienst, waarvoor de leden van het ziekenhuispastoraat speciaal waren uitgenodigd. Pater Wim Joosten, van oudsher de ziekenhuispastor van ons Bisdom, was ook aanwezig, samen met zijn confrater, pater Gerard van Kempen. In zijn preek heeft pater Gilson vooral gefocust op de betekenis van het sacrament van de ziekenzalving en de bediening daarvan. Hij merkte daarbij op dat velen nog steeds het idee hebben, dat de ziekenzalving bedoeld is voor de mens die op sterven ligt. Dit foutief idee komt vooral vanwege de vroegere benamingen van het sacrament – o.a. sacrament ‘der stervenden’ en het ‘laatste oliesel’ – die de indruk wekken dat de zieke (of oude) mens nog vóór het sterven de zalving ontvangt voor de heenreis uit het aardse leven.

De Catechismus van de Katholieke Kerk is echter heel duidelijk over de bedoeling van het sacrament van de ziekenzalving: “De kerk gelooft en belijdt dat één van de zeven sacramenten in het bijzonder bestemd is om hen te sterken die door ziekte beproefd worden: de ziekenzalving” (CKK 1511). Verder wordt in artikel 1514 aangegeven: “De ziekenzalving is niet uitsluitend het sacrament van wie in het uiterste levensgevaar verkeren. De geschikte tijd om het te ontvangen is ook reeds dan aanwezig, wanneer een gelovige tengevolge van ziekte of ouderdom in levensgevaar raakt.” En verder in artikel 1515: “Het is gepast de ziekenzalving te ontvangen, voordat men een zware operatie ondergaat. Dit geldt ook voor oudere mensen, wanneer zij duidelijk zwakker worden.” Het sacrament van de ziekenzalving wordt in feite verward met het laatste sacrament van de christen, het viaticum, dat in feite gaat om het ontvangen van de Eucharistie door hen die het leven gaan verlaten. De Eucharistie is hier dan het “sacrament van de overgang van de dood naar het leven, van deze wereld naar de Vader” (CKK 1524).

Het is belangrijk om de betekenis en het doel van het sacrament van de ziekenzalving duidelijk voor ogen te houden, om te voorkomen dat de genade die God ons door dit sacrament schenkt verkeerd wordt opgevat. Menige ernstig zieke, die van de priester de zalving ontvangt, ervaart dit onjuist als een ‘teken’ dat het moment is aangebroken ‘om te gaan.’ De zieke mens kan hierdoor het gevoel krijgen dat hun naasten het hebben ‘opgegeven’ en dat zij met de zalving een ‘veilige overtocht’ willen garanderen. Het komt ook niet zelden voor dat men verbaast is, als de zieke mens na de zalving helemaal opknapt en geneest. Terwijl dat juist de bedoeling was van de zalving! Met dit sacrament wil de kerk vooral benadrukken, dat waar de medische kennis van de mens een grenst bereikt, wij altijd nog mogen vertrouwen op Gods genade, die op geheimvolle wijze de zieke kan genezen. De ziekenzalving geeft derhalve heel duidelijk aan wat de betekenis van een sacrament is: concrete en zichtbare tekens (de olie en de handeling van de priester), die verwijzen naar een onzichtbare werkelijkheid (Gods werkzame genade).

Pater Gilson benadrukte in zijn homilie ook het voorschrift van de Kerk, dat enkel de priester of de bisschop de bedienaar is van dit sacrament (CKK 1516). Het sacrament van de ziekenzalving kan en mag dus niet toegediend worden door een leek, een religieuze broeder of zuster, of een diaken. Verder is het ook belangrijk de diepe en betekenisvolle waarde van dit sacrament niet te doen verminderen. Als in de catechismus wordt aangegeven dat dit sacrament bestemd is voor hen die in uiterste levensgevaar verkeren, voor hen die door ernstige ziekte of ouderdom in levensgevaar raken, of voor hen die een zware operatie zullen ondergaan, dan kunnen wij daaruit afleiden dat wij niet voor elk wissewasje (zoals een griepje of buikpijn) de ziekenzalving nodig hebben.

In de viering op 11 februari heeft pater Gilson echter een uitzondering gemaakt op het bovenstaande, door aan alle leden van het ziekenpastoraat de zalving toe te dienen. Dit heeft hij gedaan om de werkers a.h.w. ‘toe te rusten’ met deze bijzondere genade, aangezien zij keer op keer worden geconfronteerd met het leed van ernstig zieke mensen waarover zij zich ontfermen. “De eerste genade van dit sacrament is een genade van troost, van vrede en bemoediging om de moeilijkheden te overwinnen die eigen zijn aan een toestand van ernstige ziekte of aan de broosheid van de ouderdom” (CKK 1520). De medewerker van het ziekenhuispastoraat, die zijn/haar werk met heel het hart benadert, zal de zieke mens heel nabij zijn in het lijden en zich daar ook mee identificeren. Het sacrament helpt de medewerker dan als bescherming en kracht voor het omgaan met de zieke.

Na de viering is pater Gilson, tezamen met een groep van het ziekenhuispastoraat, vrijwel heel het Sint Vincentius ziekenhuis doorgelopen, om de aanwezige zieken te zalven of te zegenen. Hier en daar werd in bepaalde ruimtes ook speciaal gebeden en gezegend met wijwater, omdat zowel de patiënten als de verplegers die er werken, vaak het gevoel krijgen dat er in die ruimtes ‘dingen’ aanwezig zijn die daar niet thuis horen. Het blijft nou eenmaal een realiteit dat er zich meer bevindt tussen hemel en aarde dan wat wij met onze zintuigen kunnen waarnemen. De kerk heeft daarom de speciale rituelen van zegening, om het leven van de mens te behoeden tegen mogelijke aantasting door krachten die niet anders kunnen worden bestreden dan met gebed en wijwater.

 

Bron: Omhoog, Editie nr.6