Thursday 22 June

Door: P. Tjon Kiem Sang

Groeten uit RomeHij staart me aan met een strenge blik alsof hij wil zeggen: "Wee jij, vermetele zondaar!" Zijn zwaard omhoog geheven waarmee hij mij op elk moment kan neerslaan. Nee, ik wordt niet aangevallen door een extremistische jihadist, die de zoveelste vrome christen een kopje kleiner wil maken. Ik sta enkel oog in oog met het imposante beeld van de apostel Paulus, dat heel dominerend staat op het voorplein van de naar hem vernoemde basiliek 'buiten de muren.' Het beeld is enorm groot, maar geheel in proportie met de kolossale basiliek erachter, die ooit - voordat de huidige St.-Pieterbasiliek was afgerond - de grootste in Rome (en in de wereld) was.
Het is mijn zesde dag in Rome en die was gepland als 'rustdag' na vijf dagen van intense 'sightseeing.' Ik kon me geen betere manier van rust bedenken dan de dag door te brengen in de basiliek van St. Paulus. Het is daar doorgaans heel rustig. De meeste toeristen nemen waarschijnlijk niet de moeite om deze basiliek te bezoeken, omdat het toch op enige afstand van het centrum ligt. Hoewel het met de metro wel makkelijk te bereiken is. Het kan ook zijn dat deze basiliek minder interessant is voor de doorsnee bezoeker, omdat van alle vier grote basilieken in Rome, die van Paulus het minst 'versierd' is. Maar behalve de rust die je er vindt vanwege de weinige toeristen, is het juist de 'kaalheid' van deze basiliek die mij erg aantrekt. Ontdaan van alle ornamenten waarmee onze katholieke traditie in de afgelopen 2000 jaren het geloof heeft 'versierd' wordt je teruggeworpen op de kern waar het allemaal om gaat.

Een ander karakteristiek element van de St.-Paulus basiliek, dat mij met een soort mystiek ontzag vervuld, is dat langs de totale bovenrand van het middenschip, de zijbeuken en het transept van de basiliek de portretten van alle pausen zijn aangebracht, vanaf St. Petrus tot en met de huidige, Franciscus. Na Franciscus volgen er nog elf lege plekken voor toekomstige pausen, en de intrigrerende legende hierover is dat wanneer de laatste plek is gevuld met het portret van een paus, het einde der tijden nabij is. Een beetje griezelig om aan te denken, maar het blijft een legende. Wat wel raar is, is dat deze portrettering van pausen niet in de St. Pieter is aangebracht, die toch wel de hoofdkerk is van het Vaticaan, het centrum van de katholieke kerk. Maar goed, het zal allemaal wel een historische verklaring hebben.

Hoe beschrijf ik de week in Rome? Ik denk hierbij meteen aan de openingszin van het boek 'A tale of two cities' van Charles Dickens: "It was the worst of times, it was the best of times." De maand oktober is - zoals velen mij hebben aangeraden - de beste maand om naar Rome te gaan, vooral vanwege het weer. Dat lijkt inderdaad waar te zijn: het is doorgaans overdag een milde 18 graden en er schijnt de hele dag zon met een strakke blauwe hemel. Het is onder normale omstandigheden kennelijk ook wat rustiger qua toeristenbezoek, omdat de vakantiemaanden net voorbij zijn.
Dit laatste valt deze keer wat tegen. Het jubeljaar van barmhartigheid loopt ten einde, en het lijkt alsof alle katholieken van overal vandaan nog net voor het einde van het jubeljaar in Rome willen zijn om door de H. Deur van een van de basilieken te gaan. Een jubeljaar maakt Rome tot bedevaartplaats bij uitstek en dat is zeer goed te merken. Je wordt letterlijk en figuurlijk onder de voet gelopen door bedevaartgroepjes uit alle hoeken van de wereld. Behalve de enorme drukte die deze groepen in de eeuwige stad veroorzaken, hebben de beheerders van de basilieken vele mooie bezienswaardige plekken in de kerken afgesloten voor het publiek, kennelijk als voorzorgsmaatregel om de eeuwenoude altaren, beelden en graven te beschermen tegen het onvoorspelbaar gedrag van de massa's mensen die er dagelijks komen. Daarnaast moet je ook uren in de rij staan om bijv. in de St.-Pieterbasiliek binnen te komen.

Groeten uit RomeDoor de H. Deur van de St. Pieter gaan was uiteindelijk wel het hoofddoel van mijn reis. Maar reeds de eerste dag toen ik daar voorbij kwam en ik de enorme menigte mensen op het plein zag die naar binnen wilde gaan, zonk al mijn moed (en enthousiasme) in de schoenen. Vanwege ons recent Surinaams verleden heb ik een trauma overgehouden van 'lange rijen.' Toch dacht ik: "Nee, ik laat me niet afschrikken. Ik ben niet voor niemendal meer dan 7000 km gereisd om me door een menigte te laten weerhouden van mijn doel. Dus op zondag 30 oktober zei ik tegen mezelf: "Vandaag is het alles of niets." Uiteindelijk heb ik anderhalf uur in de felle zon getrotseerd om door die deur te gaan. Hoewel ik me het ietwat devoter had voorgesteld (door de massa mensen werd ik binnen een paar seconden door de H. Deur heen geduwd), kan ik nu toch zeggen dat ik erdoorheen ben geweest. Gelukkig was ik al op de trap naar de basiliek begonnen aan mijn gebed.

Nadat ik nog heel even een tevergeefse bezichtigingspoging had gewaagd in de St. Pieter, verliet ik de basiliek om op het bordes te stranden in een nog grotere massa. Ik had even niet door wat er gaande was. Ik ging op mijn tenen staan en zag dat de hele St.-Pieterplein en een behoorlijk deel van de Via de Conciliazone (een heel brede straat die op het plein uitkomt) volledig dichtgepropt was met mensen. Duizenden en nog eens duizenden. Het drong toen tot me door wat er gaande was: het zondagse angelusgebed om 12:00 uur, voorgegaan door de paus zelf. Hij was nauwelijks te zien (ergens hoog boven in een van de raampjes van de Vaticaanse gebouwen) maar wel goed te horen vanwege de talloze loudspeakers op het plein. Ongelooflijk welke massa's deze man aantrekt. En het gevoel van opgewondenheid is zo aanstekelijk, dat ik geen enkele aanstalte maakte om weg te gaan. Ik kon hem eigenlijk helemaal niet zien, maar het idee alleen dat de paus daar 'live' stond te praten tot een menigte waar ik deel van was, was toch een heel aparte ervaring. Ik weet niet of ik net als de bisschop zo kalmpjes de hand van de paus zou kunnen schudden. Ik zou flauw vallen van emoties.

Die zondag heb ik afgesloten op de manier waarop het hoort nadat je door de H. Deur bent gegaan: te biecht gaan en daarna de Eucharistie vieren. Dat deed ik op een heel andere plek: de kleine basiliek van St. Johannes de Doper, op loopafstand van het Vaticaan. 'Klein' is hier relatief, want naar Surinaamse maatstaven is een 'kleine' kerk in Rome nog altijd kolossaal. Ik had die kerk uitgekozen omdat er een H. Mis in het Engels zou worden gehouden. Een verademing na dagen van de Mis volgen in het Italiaans. De Mis begon om 18:00 uur en de kerk was maar voor de helft gevuld. Drie priesters gingen voor: wat een luxe! De mis was eenvoudig, maar toch inspirerend. Het zingen van de rubrieken galmde door de vrij lege basiliek en dat gaf het geheel een mystiek gevoel. Het bracht mij even terug naar een tijd in mijn jeugd waar ik vaak naar teruggrijp als bron van inspiratie: dienend als misdienaar op de zondagavond in de kathedraal, met nauwelijks tien gelovigen aanwezig. Dat kon me toen niets schelen. Het waren zulke serene momenten, waar ik vaak naar terug verlang.

 

Bron: Omhoog, editie nr. 41