Thursday 22 June

tientje weesgegroet
De exacte oorsprong van de rozenkrans is onduidelijk. Repetitieve gebeden en gebedssnoeren hebben voorchristelijke wortels. In het christendom gebruikten de woestijnvaders in de derde eeuw al g
eknoopte gebedstouwen bij het Jezusgebed. Dat bestaat uit de herhaling van één gebedszin: Heer Jezus, Zoon van God, ontferm U over mij, zondaar (of variaties daarvan). 

150 weesgegroetjes
Het bidden van 150 Onze Vaders (in het Latijn Pater noster) en later weesgegroetjes ontstond waarschijnlijk in de abdijen. Monniken die geen Latijn kenden, hadden zo een alternatief voor het psalmgebed. De vader van het kloosterleven, Benedictus (480-547), schreef in zijn regel voor dat monniken wekelijks de 150 psalmen zouden bidden of zingen. 

Zo rond de 10e eeuw sprak men dan ook van het psalmengebed ter ere van Maria. De praktijk om te mediteren over het leven van Jezus tijdens de rozenkrans wordt toegeschreven aan de kartuizermonnik Dominicus van Pruisen (1382–1461).

Begin rozenkrans
De eerste historische aanwijzingen voor de moderne rozenkrans dateren van ca. 1460. Toen begon de dominicaan Alanus de Rupe (Alain de la Roche, 1428-1475) geïnspireerd door een visioen de rozenkrans te promoten in de vorm van 15 tientjes van telkens één Onze Vader en 10 weesgegroeten. Volgens Alanus werd de rozenkrans aan de Kerk geschonken door de stichter van de dominicanenorde Sint Dominicus (1170-1221). Maar daar zijn geen historische bronnen voor. Zeker is dat paus Pius V (een dominicaan) in zijn bul Consueverunt Romani Pontifices van 1569 de rozenkrans goedkeurde en zijn vaste vorm gaf. Sindsdien hebben veel pausen de rozenkrans aanbevolen. 

De vorm van de rozenkrans bleef onveranderd tot 2002. Toen voegde paus Johannes Paulus II 5 mysteries van het licht toe over het openbare leven van Jezus. De apostolische brief waarin hij dat deed, Rosarium Virginis Mariae, is een boeiend (maar niet zo makkelijk leesbaar) document voor wie zich in de spiritualiteit van de rozenkrans wil verdiepen. De vroegere paus wilde het verval omkeren waarin de rozenkrans was beland in de jaren 1970-85 vooral door het wegglijden van de aandacht van de mysteries van de rozenkrans. Daarom benadrukt hij ook de contemplatieve en meditatieve dimensie van het rozenkransgebed. Het gaat om de relatie met Jezus, naar het voorbeeld van Maria en met haar hulp.

'Psalter van Maria'
In de vroege middeleeuwen raakte in kloosters het bidden van alle 150 psalmen uit de Bijbel in zwang. De Psalmen werden in een voor Gebed geschikte vorm verzameld in een apart boek, het zogenaamde 'psalter' of 'psalterium'. Voor gewone gelovigen raakten varianten op het psalmgebed van de kloosterlingen in zwang. Zo ontstond een soort 'volkspsalter'. In plaats van de 150 psalmen werden in de volkspsalters 150 vaste gebedsformules herhaald. Aanvankelijk domineerde daarbij het Onze Vader, maar omstreeks de 14e eeuw werd in het Westen het Weesgegroet het dominante gebed. Het volkspsalter was voortaan een 'Psalter van Maria'.

Rozenkransgebed
Het werd al snel gebruik om in het Psalter van Maria de reeks van 150 Weesgegroeten op vaste plaatsen te onderbreken voor in totaal vijftien Onze Vaders en het overwegen van vaststaande geloofsgeheimen. Daarmee was het rozenkransgebed zoals we dat nu nog kennen een feit.

Bekransing met een snoer van rozen
rozenkranssnoerIn de sterke Mariadevotie van de late Middeleeuwen werd het rozenkransgebed al snel zeer populair. Allerlei legenden over het gebed ginge de ronde doen. Aan een daarvan ontleend het gebed zijn naam. Volgens de bewuste legende neemt Maria de Weesgegroeten uit de monden van haar dienaren aan, om ze als rozen aan een snoer te rijgen; met dit snoer bekranst ze zich vervolgens.

Bruid

Een rozenkrans was in de late middeleeuwen het symbool voor een bruid. De Kerk wordt in het Nieuwe Testament de 'bruid van Christus' genoemd. Maria is het zinnebeeld van de Kerk. Als zinnebeeld van de Kerk past het Maria om, als een bruid, een rozenkrans te dragen. Nu is duidelijk wat een schitterend beeld het is, als Maria in de legende van de door haar ontvangen Weesgegroetjes een snoer van rozen maakt: het gebed van de gelovigen siert Maria, en daarmee de Kerk, de bruid van Christus.

Gebedssnoer
Het rozenkransgebed wordt gebeden met een gebedssnoer. Dit snoer heet, net als het gebed, 'rozenkrans'. Het gebruik van een gebedssnoer heeft de rooms-katholieke traditie overigens gemeen met andere tradities, met name in het Oosten.

Tientjes

Het snoer van een rozenkrans is bezet met 5 groepen van elk 10 kleine kralen, de zogenaamde 'tientjes'. De tientjes worden van elkaar gescheiden door grote kralen, 5 in totaal. Op elke kleine kraal wordt een Weesgegroetje gebeden, op elke grote kraal een Onze Vader.

Volledig rozenkransgebed

In het complete rozenkransgebed komen alle kralen van het gebedssnoer ieder drie maal voorbij: zo komt de gelovige in zijn gebed op  3 x 5 x 10 = 150 Weesgegroetjes en 3 x 5 = 15 Onze Vaders.

Het rozenhoedje

Vaak wordt door de gelovige slechts een derde deel van rozenkrans gebeden, het zogenoemde 'rozenhoedje'. Voor de goede orde: de kralen van het snoer komen bij een rozenhoedje maar eenmaal voorbij, en het gebed bestaat dus uit slechts 50 Weesgegroetjes en 5 Onze Vaders. De naam 'rozenhoedje' is ontleend aan de afbeeldingen van Maria met de krans van rozen uit de legende: meestal wordt de krans als een 'hoed' van rozen weergegeven, door Maria bij wijze van kroon of onder een kroon gedragen.

Gebed verdeeld over meerdere dagen
Omdat in het rozenhoedje het gebedssnoer, heel overzichtelijk, een keer volledig wordt rondgebeden, is het zeer geschikt voor dagelijks gebed. Het is in de Kerk daarom een goed gebruik dat het volledige rozenkransgebed niet in een keer, maar verspreid over enkele dagen van de week wordt gebeden. Als iedere dag een rozenhoedje wordt gebeden, is in drie dagen een volledige rozenkrans afgerond.

Aanhangsel
Aan de oorspronkelijke rozenkrans van 150 kleine en 10 grote kralen is later een aanhangsel toegevoegd. Dit bestaat uit een Kruis, een grote en drie kleine kralen. Sinds de introductie van het aanhangsel wordt het bidden van de rozenkrans met het aanhangsel begonnen. Dat gaat als volgt. Na het slaan van een kruisje wordt op het kruis van het aanhangsel de geloofsbelijdenis en de lofprijzing van de drie-ene God gebeden, dan op de grote kraal het Onze Vader, en vervolgens op de drie kleine kralen drie maal het Weesgegroet, ter ere van Maria in haar relatie tot de drie Goddelijke personen van de Drie-eenheid.

Geloofsgeheimen
Bij de aanvang van ieder tientje overweegt de gelovige die de rozenkrans bidt een zogenoemd geloofsgeheim. Van oudsher zijn er Vijf Blijde Geheimen, Vijf Droevige Geheimen en Vijf Glorievolle Geheimen. Al deze geloofsgeheimen betreffen gebeurtenissen uit het leven van Jezus en Maria. Het volledige rozenkransgebed biedt ruimte om, in de driemaal herhaalde rondgang over de vijf grote kralen van het snoer, alle vijftien geheimen te overwegen. Paus Johannes Paulus II heeft hier in 2002 Vijf Geheimen van het Licht aan toegevoegd (zie verderop).

Ritme der Geheimen bij het rozenhoedje
In een rozenhoedje kan maar één soort geheimen overwogen worden. De gelovigen die dagelijks een rozenhoedje bidden, en zo iedere drie dagen een volledige rozenkrans afronden, hebben lange tijd een vast ritme gehanteerd, waarbij de Blijde Geheimen op maandag en donderdag gebeden werden, de Droevige Geheimen op dinsdag en vrijdag, en de Glorievolle Geheimen op woensdag, zaterdag en zondag.

Hardop of in stilte
Bij het bidden van de rozenkrans in het openbaar moeten de geheimen hardop uitgesproken worden. In persoonlijk gebed is het voldoende als de geheimen in stilte worden toegevoegd aan het luidop gezegde gebed.

Overwinning op de Turken
De Kerk kent al eeuwenlang een groot belang toe aan de rozenkrans. Het gebed is historisch gezien vooral bevorderd door Dominicanen en Kruisheren en door de jaren heen door verschillende pausen aangemoedigd. Het werd rijkelijk met aflaten beladen, vooral sinds paus Pius V (1566-1572) een beslissende militaire overwinning van christenen op de Turkse vloot (7 oktober 1571) toeschreef aan de kracht van het rozenkransgebed. Vandaar dat Pius het feest van Maria van de Rozenkrans instelde.

Bron: rkk.nl