Sunday 19 November

Door: ptr M. Noordermeer, OMI

De afgelopen zondag is er in alle kerken van de katholieke kerk over de gehele wereld de eerste kaars aangestoken in de adventskrans. Het is een gebruik dat teruggaat tot in de twaalfde eeuw. Toen werden er versieringen aangebracht, die niet alleen mooi waren maar ook leerzaam. Denken wij maar aan de in al onze kerken aanwezige kruiswegstaties. In beelden werd er uitgedrukt wat in de Bijbel staat beschreven. Dat kwam ook omdat er in die tijd nogal wat mensen waren die niet konden lezen of schrijven of voor wie een boek, die met de hand geschreven was, te duur werd. Ook de advenstkrans is hiervan een voorbeeld. De vier kaarsen symboliseren de komst van de Verlosser, het Licht van de wereld. Hoe meer kaarsen er branden hoe lichter het wordt. En dan in de kerstnacht wordt de vijfde kaars aangestoken, want het Licht is gekomen. We hopen in ieder geval dat de adventskrans zijn plaats blijft behouden, ook de vierde Advent, dus tot na Kerstmis. De paarse linten worden dan wit en zo wordt de adventskrans een kerstkrans. In sommige parochies wordt de kerstversiering aangebracht door parochianen die het al jaren doen. Dat is natuurlijk mooi, maar als er eens andere mensen bijkomen met andere, nieuwe frisse ideeën, dan kan er misschien ook eens een nieuwe versiering komen. Dus een pleidooi voor verandering in de versiering en niet elk jaar weer hetzelfde!

De adventstijd is een tijd van wachten, uitzien naar. Zoals het joodse volk eeuwenlang heeft uitgezien naar de komst van een Verlosser die beloofd was door Jahwe, zo vatten wij in de vier weken van de Advent samen dat lange wachten op de komst van die beloofde Verlosser die door de profeet Jesaja met ‘Immanuel’ werd aangeduid, ‘God-met-ons.’ Dat is zijn Naam, zijn functie. Jesaja schreef dat in de tweede helft van de achtste eeuw vóór Christus! In die lange geschiedenis van wachten door het joodse volk, hebben bepaalde personen, die namens God spraken en die wij profeten noemen, een belangrijke rol gespeeld en we noemen hen bij name: de profeten Jesaja en Micha, de voorloper Johannes de Doper, en Jezus’ moeder, Maria, Mirjam! Zij waren voor de joden ‘aanspreekpunten’ in hun verwachting op ‘Degene die komen moet.’ Diezelfde personen spelen ook in onze adventstijd een grote rol.

Advent de profeet Jesaja1. Jesaja
Jesaja leefde op het scharnier van de achtste en de zevende eeuw vóór Christus! Zijn naam betekent ‘Jahwe is redding’ en die naam heeft hij waargemaakt door de Redder aan te kondigen. Als hij tegen koning Achaz optreedt en namens Jahwe hem verwijten maakt dat hij meer zijn vertrouwen stelt op aardse koningen dan op Jahwe zelf. Ook dit liet Jahwe door de profeet Jesaja tot koning Achaz zeggen: “Vraag Jahwe uw God om een teken!” Maar Achaz antwoordde: “Dat doe ik niet. Ik wil Jahwe niet op de proef stellen.” Toen zei Jesaja: “Daarom geeft Jahwe zelf u een teken: Zie een jonge vrouw zal zwanger worden en een Zoon ter wereld brengen en zijn naam zal zijn Immanuel” (Jes. 7,14). Het is duidelijk dat deze uitspraak van Jesaja een verwijzing is naar Maria en Jezus, ‘Hij die redt.’

Advent profeet Micah2. Micha
Deze tekst van Jesaja wordt een eeuw later overgenomen door de profeet Micha. Jesaja heeft aangekondigd dat een jonge vrouw een kind ter wereld zal brengen. Welnu, schrijft de profeet Micha, dat zal plaats vinden in de stad Betlehem, de stad van koning David: “En gij Betlehem van Efrata, gij zijt niet de minste onder de steden van Juda, want uit u zal geboren worden Hij die mijn volk zal regeren” (Mi. 5,4-6). Uit deze profetieën van de profeten Jesaja en Micha, opgetekend voor het nageslacht, heeft het joodse volk moed, geloof, hoop en vertrouwen geput voor de toekomst.

 

 

3. Johannes de Doper
Advent John BaptistJohannes de Doper staat met één been in het Oude en met zijn andere been in het Nieuwe Testament. Hij is het die de verwachting voor het joodse volk het meest aanvoelde en onder woorden wist te brengen, allereerst al door het doopsel van boete en bekering, dat hij toediende in de Jordaan. “Bekeert u en laat u dopen, want Hij die wij verwachten is nabij. Midden onder u staat Hij die gij niet kent.” Als dan Jezus tot hem
komt om zich te laten dopen, ‘scheurt’ de hemel open en een stem zegt: “Dit is mijn welbeminde Zoon. Luistert naar Hem!” “Ziet het Lam Gods dat de zonden van de wereld wegneemt.” Hij mocht de langverwachte Messias aan de wereld tonen met de voor ons zo bekende woorden vlak voor de communie: “Ziet het Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld.” Hierbij moeten wij aantekenen dat het doopsel van Johannes meer een rite was van boete, zuivering, van ommekeer, inkeer en dat het niets te maken heeft met het Sacrament van het Doopsel dat wij nu kennen in onze kerk.

Advent Moeder Maria4. Maria
Zij zal degene zijn die op de vraag van de engel Gabriël “Ja” zegt om mee te werken aan Gods heilsplan met de wereld. “Zie de dienstmaagd des Heren. Mij geschiede naar zijn Woord.” Haar naam Mirjam is werkelijk wat zij waard is: ‘Mirjam,’ de Hebreeuwse naam voor Maria, is werkelijk een kado van God aan de mensen maar evenzo een kado van de mensen aan God. Zo heeft God zijn heilsplan kunnen realiseren met mensen voor de mensheid.

 

Jesaja, Micha, Johannes de Doper en Maria zullen vaak vermeld worden in de adventstijd. We zullen teksten horen van hen of er wordt geschreven over hen om het geloof levendig te houden en hoop blijven geven op de toekomst! In Jubilate staat een mooi lied dat een weergave is van Jesaja, hoofdstuk 60. Op blzz 221 staat: “Zie volk van God, uw koning komt” (Jes. 60,1vv.) Dit lied staat ook op de CD nr. 1, 25 Adventsliederen uit Jubilate.

 

Uit: Omhoog, editie nr. 45